BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 2.18
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. Met betrekking tot een partij die bestemd is voor een derde land:
a. heeft de minister vooraf toestemming verleend voor het brengen van de partij in Nederland;
b. heeft de belanghebbende bij de lading voorafgaand aan het brengen van de partij in Nederland aan de minister schriftelijk toegezegd de partij weer in bezit te zullen nemen, alsmede schriftelijk toegezegd de producten overeenkomstige artikel 2.24, tweede lid, te behandelen, indien de producten in het derde land worden geweigerd;
c. vindt na het verlaten van de inspectiepost, of na uitslag uit een van de in artikel 2.23a, tweede lid, bedoelde opslagruimten, het vervoer over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats, zonder splitsing of lossing van de partij, in verzegelde voertuigen of in verzegelde containers;
d. verlaat de partij binnen 30 dagen na het vertrek uit de inspectiepost de Europese Gemeenschap.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde partij in het derde land wordt geweigerd, is de belanghebbende bij de lading verplicht om op eerste vordering van de keuringsdierenarts de partij overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, in bezit te nemen en te behandelen.
a. heeft de minister vooraf toestemming verleend voor het brengen van de partij in Nederland;
b. heeft de belanghebbende bij de lading voorafgaand aan het brengen van de partij in Nederland aan de minister schriftelijk toegezegd de partij weer in bezit te zullen nemen, alsmede schriftelijk toegezegd de producten overeenkomstige artikel 2.24, tweede lid, te behandelen, indien de producten in het derde land worden geweigerd;
c. vindt na het verlaten van de inspectiepost, of na uitslag uit een van de in artikel 2.23a, tweede lid, bedoelde opslagruimten, het vervoer over Nederlands grondgebied onder douanetoezicht plaats, zonder splitsing of lossing van de partij, in verzegelde voertuigen of in verzegelde containers;
d. verlaat de partij binnen 30 dagen na het vertrek uit de inspectiepost de Europese Gemeenschap.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde partij in het derde land wordt geweigerd, is de belanghebbende bij de lading verplicht om op eerste vordering van de keuringsdierenarts de partij overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, in bezit te nemen en te behandelen.