BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 2.24
Regeling keuring en handel dierlijke producten
1. Indien wordt vermoed of geconstateerd dat in de partij verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen aanwezig zijn of dat de producten afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, kan de minister, indien hij de aanwezigheid van verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen vermoedt, gelasten dat de producten voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, dan wel de afnemer, in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel worden, zonder vergoeding van Staatswege en:
a. voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, de producten vernietigd, of
b. voor rekening van de afnemer, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bestemd.
2. Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemd product niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor dat product gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de minister in overleg met de belanghebbende bij de lading:
a. dat het product in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de inspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten;
b. indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de partij wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG;
c. dat de partij voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt.
3. Indien een partij in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, die partij is onderworpen aan de in artikel 2.17bedoelde controles, besluit de minister dat de partij overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten.
4. In afwijking van het tweede, onderscheidenlijk derde lid besluit de minister, indien wordt vastgesteld dat een product als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van verordening 745/2004/EG, voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden, niet zijnde een product als bedoeld in de artikelen 1, vierde lid, en 2 van voornoemde verordening, in strijd met verordening 745/2004/EGdan wel met deze regeling in Nederland is gebracht, dat het product, zonder vergoeding van Staatswege, wordt vernietigd overeenkomstig artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG.
5. In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een partij als bedoeld in het tweede, derde, onderscheidenlijk vierde lid, wordt de partij onder toezicht van de keuringsdierenarts in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen..
6. Alle kosten die in verband met de in het tweede, derde en vijfde lid bedoelde maatregelen bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading..
7. De kosten die in verband met de in het vierde lid bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de Staat.
a. voor rekening van de verzender of diens gemachtigde, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, de producten vernietigd, of
b. voor rekening van de afnemer, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten en met inachtneming van diens aanwijzingen, voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze zijn bestemd.
2. Indien aan de hand van de op grond van deze regeling uitgevoerde controles wordt vastgesteld dat een voor Nederland of een lidstaat bestemd product niet voldoet aan de op grond van deze regeling voor dat product gestelde voorschriften of dat een onregelmatigheid is begaan, besluit de minister in overleg met de belanghebbende bij de lading:
a. dat het product in ieder geval binnen 60 dagen nadat is geconstateerd dat niet aan de onderhavige regeling wordt voldaan vanuit de inspectiepost met hetzelfde vervoermiddel wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten;
b. indien terugzending als bedoeld in onderdeel a onmogelijk is of de in dat onderdeel bedoelde termijn is verstreken, dat de partij wordt vernietigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG;
c. dat de partij voor andere doeleinden dan de menselijke consumptie wordt gebruikt.
3. Indien een partij in Nederland is gebracht zonder dat, voorzover van toepassing, die partij is onderworpen aan de in artikel 2.17bedoelde controles, besluit de minister dat de partij overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, wordt vernietigd of wordt teruggezonden naar een derde land indien veterinairrechtelijke of gezondheidsredenen zich daar niet tegen verzetten.
4. In afwijking van het tweede, onderscheidenlijk derde lid besluit de minister, indien wordt vastgesteld dat een product als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van verordening 745/2004/EG, voor zover door reizigers in de Europese Gemeenschap binnengebracht of aan particulieren in de Europese Gemeenschap toegezonden, niet zijnde een product als bedoeld in de artikelen 1, vierde lid, en 2 van voornoemde verordening, in strijd met verordening 745/2004/EGdan wel met deze regeling in Nederland is gebracht, dat het product, zonder vergoeding van Staatswege, wordt vernietigd overeenkomstig artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 97/78/EG.
5. In afwachting van de terugzending of de vernietiging van een partij als bedoeld in het tweede, derde, onderscheidenlijk vierde lid, wordt de partij onder toezicht van de keuringsdierenarts in tijdelijke afzondering geplaatst en opgeslagen..
6. Alle kosten die in verband met de in het tweede, derde en vijfde lid bedoelde maatregelen bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading..
7. De kosten die in verband met de in het vierde lid bedoelde maatregelen worden gemaakt, komen ten laste van de Staat.