BWBR0006727
Geldig vanaf 2004-12-06
Artikel 4.4
Regeling keuring en handel dierlijke producten
Vers vlees van pluimvee, voor zover het karkassen en slachtafval betreft:
a. is afkomstig van pluimvee dat vóór het slachten is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG en dat daarbij geschikt is bevonden om te worden geslacht met het oog op het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee, met dien verstande dat is voldaan aan artikel 4.4a;
b. is verkregen in een slachthuis dat is erkend op grond van artikel 4.16, eerste lid, onderdeel a, of, met inachtneming van artikel 4.10, op grond van artikel 4.16, tweede lid, onderdeel a;
c. is op voldoende hygiënische wijze behandeld overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG;
d. is na het slachten gekeurd overeenkomstig hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG en niet ongeschikt verklaard voor menselijke consumptie overeenkomstig hoofdstuk IX van voornoemde bijlage, met dien verstande dat de onderdelen a en b van punt 47, tweede alinea, van hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG volgens aanwijzingen en onder rechtstreekse controle van de keuringsdierenarts kunnen worden uitgevoerd door hiertoe speciaal opgeleid personeel van de inrichting, dat voldoet aan door de minister vastgestelde voorwaarden;
e. is na de keuring na het slachten gehanteerd overeenkomstig hoofdstuk VII, punt 46, van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG en is onder bevredigende hygiënische omstandigheden opgeslagen in een op grond van artikel 4.16 erkende inrichting met inachtneming van hoofdstuk XIII van voornoemde bijlage, met dien verstande dat karkassen en slachtafval door onderdompeling kunnen worden gekoeld, voor zover dit geschiedt overeenkomstig hoofdstuk VII, punten 42 en 43 van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, en dat deze na koeling onmiddellijk worden bevroren of diepgevroren;
f. is voorzien van een eindverpakking overeenkomstig hoofdstuk XIV van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, met dien verstande dat wanneer een beschermend omhulsel wordt gebruikt, dit moet voldoen aan de voorschriften van voornoemd hoofdstuk, en
g. wordt vervoerd overeenkomstig hoofdstuk XV van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG.
a. is afkomstig van pluimvee dat vóór het slachten is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk VI van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG en dat daarbij geschikt is bevonden om te worden geslacht met het oog op het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee, met dien verstande dat is voldaan aan artikel 4.4a;
b. is verkregen in een slachthuis dat is erkend op grond van artikel 4.16, eerste lid, onderdeel a, of, met inachtneming van artikel 4.10, op grond van artikel 4.16, tweede lid, onderdeel a;
c. is op voldoende hygiënische wijze behandeld overeenkomstig hoofdstuk VII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG;
d. is na het slachten gekeurd overeenkomstig hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG en niet ongeschikt verklaard voor menselijke consumptie overeenkomstig hoofdstuk IX van voornoemde bijlage, met dien verstande dat de onderdelen a en b van punt 47, tweede alinea, van hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG volgens aanwijzingen en onder rechtstreekse controle van de keuringsdierenarts kunnen worden uitgevoerd door hiertoe speciaal opgeleid personeel van de inrichting, dat voldoet aan door de minister vastgestelde voorwaarden;
e. is na de keuring na het slachten gehanteerd overeenkomstig hoofdstuk VII, punt 46, van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG en is onder bevredigende hygiënische omstandigheden opgeslagen in een op grond van artikel 4.16 erkende inrichting met inachtneming van hoofdstuk XIII van voornoemde bijlage, met dien verstande dat karkassen en slachtafval door onderdompeling kunnen worden gekoeld, voor zover dit geschiedt overeenkomstig hoofdstuk VII, punten 42 en 43 van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, en dat deze na koeling onmiddellijk worden bevroren of diepgevroren;
f. is voorzien van een eindverpakking overeenkomstig hoofdstuk XIV van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, met dien verstande dat wanneer een beschermend omhulsel wordt gebruikt, dit moet voldoen aan de voorschriften van voornoemd hoofdstuk, en
g. wordt vervoerd overeenkomstig hoofdstuk XV van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG.