BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 61
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De deskundige leden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001830/artikel/70" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 70, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie</a>, en hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit benoemd. Wij benoemen tevens zoveel plaatsvervangers als Wij dienstig oordelen. Zij worden genoemd raad, onderscheidenlijk plaatsvervangende raad in het gerechtshof te 's-Gravenhage.
2. Om te kunnen worden benoemd tot raad in het gerechtshof te 's-Gravenhage moet men de ouderdom van dertig jaren hebben bereikt.
3. De raden en de plaatsvervangende raden worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij hun aftreden weder benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij bij koninklijk besluit worden ontslagen.
4. De raden en de plaatsvervangende raden worden voor de aanvang hunner bediening beëdigd.
5. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de raad of de plaatsvervangende raad de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.
2. Om te kunnen worden benoemd tot raad in het gerechtshof te 's-Gravenhage moet men de ouderdom van dertig jaren hebben bereikt.
3. De raden en de plaatsvervangende raden worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij hun aftreden weder benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij bij koninklijk besluit worden ontslagen.
4. De raden en de plaatsvervangende raden worden voor de aanvang hunner bediening beëdigd.
5. Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de raad of de plaatsvervangende raad de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.