BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 40
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De houder van een kwekersrecht op een ras heeft het uitsluitend recht teeltmateriaal van dat ras voort te brengen of verder te vermeerderen, ten behoeve van de vermeerdering te behandelen, in het verkeer te brengen, verder te verhandelen, uit te voeren, in te voeren, voor een van deze doeleinden in voorraad te hebben alsmede deze handelingen te doen verrichten.
2. Het is aan anderen dan de houder van het kwekersrecht verboden de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten. Dit verbod geldt niet indien bij of krachtens deze wet of door de houder van het kwekersrecht daarvoor toestemming is verleend.
3. Het verbod is niet van toepassing op:
a. handelingen die in de privésfeer en niet bedrijfsmatig zijn verricht;
b. handelingen welke uitsluitend worden verricht voor wetenschappelijk onderzoek;
c. handelingen welke worden verricht voor het kweken van nieuwe rassen.
4. Het uitsluitend recht is tevens van toepassing op handelingen met betrekking tot geoogst materiaal van het ras, planten en plantedelen daaronder begrepen, dat is verkregen door gebruik van teeltmateriaal waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het teeltmateriaal had kunnen uitoefenen.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor één of meer gewassen of rassen worden bepaald dat het uitsluitend recht tevens van toepassing is op handelingen met betrekking tot produkten die rechtstreeks zijn vervaardigd met gebruikmaking van geoogst materiaal van het ras waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het geoogst materiaal had kunnen uitoefenen.
2. Het is aan anderen dan de houder van het kwekersrecht verboden de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten. Dit verbod geldt niet indien bij of krachtens deze wet of door de houder van het kwekersrecht daarvoor toestemming is verleend.
3. Het verbod is niet van toepassing op:
a. handelingen die in de privésfeer en niet bedrijfsmatig zijn verricht;
b. handelingen welke uitsluitend worden verricht voor wetenschappelijk onderzoek;
c. handelingen welke worden verricht voor het kweken van nieuwe rassen.
4. Het uitsluitend recht is tevens van toepassing op handelingen met betrekking tot geoogst materiaal van het ras, planten en plantedelen daaronder begrepen, dat is verkregen door gebruik van teeltmateriaal waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het teeltmateriaal had kunnen uitoefenen.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor één of meer gewassen of rassen worden bepaald dat het uitsluitend recht tevens van toepassing is op handelingen met betrekking tot produkten die rechtstreeks zijn vervaardigd met gebruikmaking van geoogst materiaal van het ras waarvoor geen toestemming is verleend, tenzij de houder van het kwekersrecht redelijkerwijs zijn recht met betrekking tot het geoogst materiaal had kunnen uitoefenen.