BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 34
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. Hij, die in een andere Unie-Staat overeenkomstig de in die Staat geldende voorschriften een aanvraag tot verlening van kwekersrecht heeft ingediend, geniet, ter verkrijging van kwekersrecht in Nederland voor hetzelfde ras een recht van voorrang, mits hij:
a. binnen twaalf maanden na het indienen van de aanvraag in die Unie-Staat, de dag dier aanvrage daaronder niet begrepen, in Nederland een voorlopige aanvraag indient en daarbij schriftelijk een beroep doet op het recht van voorrang, en
b. binnen drie maanden na de indiening van de voorlopige aanvraag een door de bevoegde autoriteit in de Staat der eerste aanvraag gewaarmerkt afschrift van de aldaar door hem ingediende stukken overlegt, en
c. binnen twee jaren na afloop van de onder a genoemde termijn een volledige aanvraag, als bedoeld in artikel 35, indient.
2. De voorrang houdt in, dat in afwijking in zoverre van het bepaalde in de artikelen 29en 33op de hier te lande door hem, wie de voorrang toekomt, gedane aanvraag niet van invloed is, hetgeen in de tijd, verlopen tussen de indiening van de aanvraag in het andere land en de voorlopige aanvraag in Nederland is geschied, en wel met name niet de indiening van een aanvraag door een ander of het in het verkeer brengen van teeltmateriaal van het ras.
a. binnen twaalf maanden na het indienen van de aanvraag in die Unie-Staat, de dag dier aanvrage daaronder niet begrepen, in Nederland een voorlopige aanvraag indient en daarbij schriftelijk een beroep doet op het recht van voorrang, en
b. binnen drie maanden na de indiening van de voorlopige aanvraag een door de bevoegde autoriteit in de Staat der eerste aanvraag gewaarmerkt afschrift van de aldaar door hem ingediende stukken overlegt, en
c. binnen twee jaren na afloop van de onder a genoemde termijn een volledige aanvraag, als bedoeld in artikel 35, indient.
2. De voorrang houdt in, dat in afwijking in zoverre van het bepaalde in de artikelen 29en 33op de hier te lande door hem, wie de voorrang toekomt, gedane aanvraag niet van invloed is, hetgeen in de tijd, verlopen tussen de indiening van de aanvraag in het andere land en de voorlopige aanvraag in Nederland is geschied, en wel met name niet de indiening van een aanvraag door een ander of het in het verkeer brengen van teeltmateriaal van het ras.