BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 42
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De houder van een kwekersrecht is verplicht de licenties te verlenen welke in het algemeen belang noodzakelijk zijn.
2. De houder van een kwekersrecht is verplicht aan een octrooihouder een licentie te verlenen tegen een redelijke vergoeding, indien de octrooihouder een octrooi voor een biotechnologische uitvinding niet kan exploiteren zonder inbreuk te maken op het kwekersrecht van eerdere datum en de biotechnologische uitvinding een belangrijke technische vooruitgang van aanzienlijk economisch belang vertegenwoordigt ten opzichte van het beschermde plantenras.
3. Indien aan een houder van een kwekersrecht een licentie is verleend op grond van <a href="/wet/BWBR0007118/artikel/57" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 57, vijfde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995</a>, is de houder van het kwekersrecht verplicht aan de octrooihouder op diens verzoek onder redelijke voorwaarden een wederkerige licentie te verlenen om het beschermde plantenras te gebruiken.
4. De in de vorige leden bedoelde verplichtingen houden mede in dat de houder van het kwekersrecht het voor de uitoefening van de licentie noodzakelijke teeltmateriaal tegen een billijke vergoeding dient te verstrekken.
2. De houder van een kwekersrecht is verplicht aan een octrooihouder een licentie te verlenen tegen een redelijke vergoeding, indien de octrooihouder een octrooi voor een biotechnologische uitvinding niet kan exploiteren zonder inbreuk te maken op het kwekersrecht van eerdere datum en de biotechnologische uitvinding een belangrijke technische vooruitgang van aanzienlijk economisch belang vertegenwoordigt ten opzichte van het beschermde plantenras.
3. Indien aan een houder van een kwekersrecht een licentie is verleend op grond van <a href="/wet/BWBR0007118/artikel/57" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 57, vijfde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995</a>, is de houder van het kwekersrecht verplicht aan de octrooihouder op diens verzoek onder redelijke voorwaarden een wederkerige licentie te verlenen om het beschermde plantenras te gebruiken.
4. De in de vorige leden bedoelde verplichtingen houden mede in dat de houder van het kwekersrecht het voor de uitoefening van de licentie noodzakelijke teeltmateriaal tegen een billijke vergoeding dient te verstrekken.