BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 19
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De benaming moet geschikt zijn om het ras waarvoor zij wordt gebezigd, te identificeren. Zij mag met name niet uitsluitend uit cijfers bestaan, tenzij dit een gevestigd gebruik is voor de aanduiding van rassen van het betreffende gewas, en mag voorts niet zodanig zijn, dat zij tot vergissing aanleiding kan geven of verwarring zou kunnen stichten omtrent de karakteriserende eigenschappen, de waarde of de identiteit van het ras of omtrent de identiteit van de kweker. Zij moet in het bijzonder verschillen van iedere benaming, die in enige Unie-Staat een reeds bestaand ras van hetzelfde of van een verwant cultuurgewas aanduidt.
2. De benaming mag voorts niet in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden.
3. De benaming moet gelijk zijn aan die, welke reeds in enige Unie-Staat voor het ras is ingeschreven, mits deze voor gebruik hier te lande geschikt is.
4. Geen benaming wordt vastgesteld waarvan de Raad blijkt, dat deze zodanig met een handelsnaam of merk overeenstemt, dat uit het gebruik daarvan verwarring omtrent de aard of herkomst van waren is te duchten.
2. De benaming mag voorts niet in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden.
3. De benaming moet gelijk zijn aan die, welke reeds in enige Unie-Staat voor het ras is ingeschreven, mits deze voor gebruik hier te lande geschikt is.
4. Geen benaming wordt vastgesteld waarvan de Raad blijkt, dat deze zodanig met een handelsnaam of merk overeenstemt, dat uit het gebruik daarvan verwarring omtrent de aard of herkomst van waren is te duchten.