BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 45
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. Indien Onze Minister van oordeel is dat het algemeen belang zulks vordert, nodigt hij de houder van een kwekersrecht schriftelijk en onder opgaaf van redenen uit binnen een maand een openbaar aanbod, als bedoeld in artikel 44, te doen. Onze Minister kan daarbij aanwijzingen geven omtrent de omvang en voorwaarden van de aan te bieden licentie.
2. Blijft een aanbod ingevolge het eerste lid achterwege, dan zal de Raad met inachtneming van de door Onze Minister gegeven aanwijzingen een zodanig aanbod doen en dit op kosten van de houder van het kwekersrecht in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>bekend maken.
3. Artikel 44, tweede tot zevende lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de Raad bij de uitoefening van zijn daar omschreven bevoegdheden de aanwijzingen van Onze Minister in acht neemt.
2. Blijft een aanbod ingevolge het eerste lid achterwege, dan zal de Raad met inachtneming van de door Onze Minister gegeven aanwijzingen een zodanig aanbod doen en dit op kosten van de houder van het kwekersrecht in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>bekend maken.
3. Artikel 44, tweede tot zevende lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de Raad bij de uitoefening van zijn daar omschreven bevoegdheden de aanwijzingen van Onze Minister in acht neemt.