BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 76
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De houder van het kwekersrecht voor een ras, alsmede de kweker van een op grond van artikel 18, tweede lid, ingeschreven ras, kan tot de commissie of instelling een met redenen omkleed verzoek richten tot plaatsing van zijn ras op de rassenlijst.
2. Indien een ras van een landbouwgewas is geplaatst in de rubriek: uitsluitend voor uitvoer bestemd, kan de houder van het kwekersrecht, de toegelaten instandhouder of de kweker van een op grond van artikel 18, tweede lid, ingeschreven ras binnen drie maanden na publikatie van de betreffende uitgave van de rassenlijst aan de commissie een met redenen omkleed verzoek richten tot wijziging van de rubricering van het ras.
3. Alvorens op een verzoek, als bedoeld in het eerste en tweede lid, te beslissen, stelt de commissie of instelling daaromtrent een deskundig onderzoek in of doet deze dit instellen.
4. De commissie of instelling gaat niet tot afwijzing van een verzoek over dan na de verzoeker gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben.
2. Indien een ras van een landbouwgewas is geplaatst in de rubriek: uitsluitend voor uitvoer bestemd, kan de houder van het kwekersrecht, de toegelaten instandhouder of de kweker van een op grond van artikel 18, tweede lid, ingeschreven ras binnen drie maanden na publikatie van de betreffende uitgave van de rassenlijst aan de commissie een met redenen omkleed verzoek richten tot wijziging van de rubricering van het ras.
3. Alvorens op een verzoek, als bedoeld in het eerste en tweede lid, te beslissen, stelt de commissie of instelling daaromtrent een deskundig onderzoek in of doet deze dit instellen.
4. De commissie of instelling gaat niet tot afwijzing van een verzoek over dan na de verzoeker gehoord, althans behoorlijk opgeroepen te hebben.