BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 55
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. Een kwekersrecht kan geheel of voor wat betreft een aandeel daarin worden opgeëist, voorzover het is verleend aan iemand, die krachtens de artikelen 30, 31of 32daarop geen of niet uitsluitend aanspraak had.
2. Het recht tot opeising komt toe aan hem, die krachtens voormelde artikelen aanspraak of mede-aanspraak heeft op de verlening van het kwekersrecht.
3. Dit recht verjaart na afloop van vijf jaren na de dagtekening van het kwekersrecht.
4. De opeising geschiedt door indiening bij de Raad van een met redenen omkleed verzoekschrift.
5. Te goeder trouw voor de aantekening, bedoeld in artikel 56, eerste lid, verkregen licenties blijven geldig tegenover de nieuwe houder van het kwekersrecht, die recht verkrijgt op de voor de licenties verschuldigde vergoeding.
2. Het recht tot opeising komt toe aan hem, die krachtens voormelde artikelen aanspraak of mede-aanspraak heeft op de verlening van het kwekersrecht.
3. Dit recht verjaart na afloop van vijf jaren na de dagtekening van het kwekersrecht.
4. De opeising geschiedt door indiening bij de Raad van een met redenen omkleed verzoekschrift.
5. Te goeder trouw voor de aantekening, bedoeld in artikel 56, eerste lid, verkregen licenties blijven geldig tegenover de nieuwe houder van het kwekersrecht, die recht verkrijgt op de voor de licenties verschuldigde vergoeding.