BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 29
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. Voor nieuwe rassen van alle tot het plantenrijk behorende gewassen kan kwekersrecht worden verleend. Het kwekersrecht wordt verleend indien het ras:
a. zich op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot verlening van kwekersrecht duidelijk onderscheidt van elk ander ras, waarvan het bestaan op dat tijdstip algemeen bekend is;
b. wat zijn van belang zijnde eigenschappen betreft voldoende homogeen is, in aanmerking genomen de bijzonderheden, welke aan zijn vermeerdering eigen zijn;
c. bestendig is, in dier voege dat zijn van belang zijnde eigenschappen onveranderd blijven in de loop van zijn achtereenvolgende vermeerderingen, of in het geval van een bijzondere vermeerderingscyclus, aan het einde van iedere cyclus.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel <em>a</em>, worden in elk geval als algemeen bekend aangemerkt rassen waarvoor in enig land of in enige groep van landen een aanvraag tot verlening van kwekersrecht of tot inschrijving van dat ras in een officieel rassenregister is ingediend, vanaf de datum van de aanvraag, mits deze aanvraag leidt of heeft geleid tot verlening van kwekersrecht dan wel inschrijving in dat rassenregister.
3. Een ras wordt niet als nieuw aangemerkt indien op het tijdstip van de indiening van de aanvraag tot verlening van het kwekersrecht, teeltmateriaal of geoogst materiaal van dat ras met toestemming van degene die het ras door eigen arbeid heeft gekweekt of die het heeft ontdekt en ontwikkeld of diens rechtverkrijgende, met het oog op exploitatie van het ras
a. in Nederland reeds langer dan één jaar tevoren is verkocht of anderszins aan anderen ter beschikking is gesteld;
b. buiten Nederland reeds langer dan zes jaar tevoren is verkocht of anderszins aan anderen ter beschikking is gesteld, voor zover het een ras betreft dat behoort tot een gewas van bomen of wijnstokken;
c. buiten Nederland reeds langer dan vier jaar tevoren is verkocht of anderszins aan anderen ter beschikking is gesteld, voor zover het een ras betreft dat behoort tot een ander dan de in onderdeel b bedoelde gewassen.
4. Het feit, dat materiaal van een ras reeds aan anderen ter beproeving is verstrekt, ter inschrijving is aangeboden of reeds is ingeschreven in een officieel register kan niet aan de kweker van dat ras of zijn rechtverkrijgende worden tegengeworpen.
a. zich op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot verlening van kwekersrecht duidelijk onderscheidt van elk ander ras, waarvan het bestaan op dat tijdstip algemeen bekend is;
b. wat zijn van belang zijnde eigenschappen betreft voldoende homogeen is, in aanmerking genomen de bijzonderheden, welke aan zijn vermeerdering eigen zijn;
c. bestendig is, in dier voege dat zijn van belang zijnde eigenschappen onveranderd blijven in de loop van zijn achtereenvolgende vermeerderingen, of in het geval van een bijzondere vermeerderingscyclus, aan het einde van iedere cyclus.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel <em>a</em>, worden in elk geval als algemeen bekend aangemerkt rassen waarvoor in enig land of in enige groep van landen een aanvraag tot verlening van kwekersrecht of tot inschrijving van dat ras in een officieel rassenregister is ingediend, vanaf de datum van de aanvraag, mits deze aanvraag leidt of heeft geleid tot verlening van kwekersrecht dan wel inschrijving in dat rassenregister.
3. Een ras wordt niet als nieuw aangemerkt indien op het tijdstip van de indiening van de aanvraag tot verlening van het kwekersrecht, teeltmateriaal of geoogst materiaal van dat ras met toestemming van degene die het ras door eigen arbeid heeft gekweekt of die het heeft ontdekt en ontwikkeld of diens rechtverkrijgende, met het oog op exploitatie van het ras
a. in Nederland reeds langer dan één jaar tevoren is verkocht of anderszins aan anderen ter beschikking is gesteld;
b. buiten Nederland reeds langer dan zes jaar tevoren is verkocht of anderszins aan anderen ter beschikking is gesteld, voor zover het een ras betreft dat behoort tot een gewas van bomen of wijnstokken;
c. buiten Nederland reeds langer dan vier jaar tevoren is verkocht of anderszins aan anderen ter beschikking is gesteld, voor zover het een ras betreft dat behoort tot een ander dan de in onderdeel b bedoelde gewassen.
4. Het feit, dat materiaal van een ras reeds aan anderen ter beproeving is verstrekt, ter inschrijving is aangeboden of reeds is ingeschreven in een officieel register kan niet aan de kweker van dat ras of zijn rechtverkrijgende worden tegengeworpen.