BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 35
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. De aanvrage tot verlening van kwekersrecht wordt gericht tot en de verlening geschiedt door de Raad.
2. De aanvrage moet, naast hetgeen door artikel 21met betrekking tot de benaming wordt gevorderd, bevatten zowel een duidelijke beschrijving van het ras als een nauwkeurige aanduiding van de eigenschappen, waardoor het ras zich van andere rassen van hetzelfde cultuurgewas onderscheidt.
3. Een voor het onderzoek voldoende hoeveelheid materiaal van het ras, waarop de aanvrage betrekking heeft, dient op vordering van de Raad en overeenkomstig nader door de Raad te stellen eisen aan de Raad ter beschikking te worden gesteld.
4. Indien een aanvrager geen woonplaats of zetel binnen het grondgebied van de Europese Gemeenschap heeft, is hij verplicht binnen Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde, welke keuze voor de toepassing van deze wet wordt geacht van kracht te blijven, totdat schriftelijk aan de Raad is kennis gegeven van wijziging van het gekozen domicilie.
2. De aanvrage moet, naast hetgeen door artikel 21met betrekking tot de benaming wordt gevorderd, bevatten zowel een duidelijke beschrijving van het ras als een nauwkeurige aanduiding van de eigenschappen, waardoor het ras zich van andere rassen van hetzelfde cultuurgewas onderscheidt.
3. Een voor het onderzoek voldoende hoeveelheid materiaal van het ras, waarop de aanvrage betrekking heeft, dient op vordering van de Raad en overeenkomstig nader door de Raad te stellen eisen aan de Raad ter beschikking te worden gesteld.
4. Indien een aanvrager geen woonplaats of zetel binnen het grondgebied van de Europese Gemeenschap heeft, is hij verplicht binnen Nederland domicilie te kiezen bij een gemachtigde, welke keuze voor de toepassing van deze wet wordt geacht van kracht te blijven, totdat schriftelijk aan de Raad is kennis gegeven van wijziging van het gekozen domicilie.