1. Onverminderd de bevoegdheid van bedrijfslichamen als bedoeld in
artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatieis de keuringsinstelling ten aanzien van de cultuurgewassen, waarvoor zij is aangewezen, bevoegd voorschriften te geven met betrekking tot:
a. de gezondheid, de zuiverheid en de kwaliteit van het teeltmateriaal;
b. de sortering, de classificatie, de verzorging, de verpakking, de verlading en de aanduiding van het teeltmateriaal, voor zover verband houdende met de onder a genoemde onderwerpen;
c. het gebruik van de op het teeltmateriaal betrekking hebbende bescheiden en kentekenen, welke bij het verrichten van een of meer der in het eerste lid van artikel 87 genoemde handelingen moeten worden gebezigd;
d. de technische inrichting en administratie van het bedrijf alsmede de technische bedrijfsvoering;
e. het toezicht op de naleving van de onder a, b, c en d bedoelde voorschriften en de keuring van het teeltmateriaal.
2. Voor zover de in het vorig lid, onder
a,
b,
c, en
d, bedoelde voorschriften betrekking hebben op de uitvoer, kunnen met het toezicht op de naleving van deze voorschriften worden belast de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
3. De in het eerste lid, onder
a,
ben
c, bedoelde voorschriften van de keuringsinstelling kunnen door Onze Minister worden vernietigd.
4. Voor zover geen keuringsinstelling is aangewezen of deze niet of niet voldoende voorziet of kan voorzien in voorschriften, als bedoeld in het eerste lid, kan daarin worden voorzien bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
5. Een algemene maatregel van bestuur uitgevaardigd in het geval, bedoeld in het vierde lid, wordt ingetrokken, voor zover door de krachtens artikel 87aangewezen keuringsinstelling terzake voorschriften worden gesteld en deze de goedkeuring van Onze Minister hebben verworven.
6. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de
Staatscourant.