BWBR0002541
Geldig vanaf 1967-06-01
Artikel 8
Zaaizaad- en Plantgoedwet
1. Echtgenoten of geregistreerde partners, bloed- en aanverwanten tot de derde graad ingesloten kunnen niet tezamen zitting hebben in dezelfde afdeling, tenzij deze in onderafdelingen is ingedeeld; in het laatste geval kunnen zij niet tezamen zitting hebben in dezelfde onderafdeling.
2. Indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap onderscheidenlijk de zwagerschap eerst mocht zijn aangegaan onderscheidenlijk ontstaan na de benoeming, kan de jongst benoemde, behoudens verlof van Onze Minister, niet langer in de afdeling of in de onderafdeling zitting houden.
3. De zwagerschap houdt op door de ontbinding van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap, dat haar veroorzaakte.
4. De leden, die in eerste aanleg in een zaak zitting hebben gehad, mogen niet deelnemen aan de behandeling daarvan in de Afdeling van Beroep.
2. Indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap onderscheidenlijk de zwagerschap eerst mocht zijn aangegaan onderscheidenlijk ontstaan na de benoeming, kan de jongst benoemde, behoudens verlof van Onze Minister, niet langer in de afdeling of in de onderafdeling zitting houden.
3. De zwagerschap houdt op door de ontbinding van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap, dat haar veroorzaakte.
4. De leden, die in eerste aanleg in een zaak zitting hebben gehad, mogen niet deelnemen aan de behandeling daarvan in de Afdeling van Beroep.