BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 94c
Algemeen Rijksambtenarenreglement
1. Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt bij ministeriële regeling een lijst vast met:
a. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend na 31 maart 2015 vervalt;
b. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend is vervallen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 maart 2015;
c. functies, bedoeld in artikel 3 van het Besluit overgangsrecht FLO-functies, zoals dat luidde op 31 maart 2015.
2. De ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid vervult, kan het bevoegd gezag verzoeken om eervol ontslag met het oog op een uitkering als bedoeld in het zevende lid. Dit ontslag kan niet eerder ingaan dan met ingang van de eerst mogelijke datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007791/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP</a>, in kan gaan.
3. Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder a, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op die dag een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie.
4. Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder b, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is op 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie.
5. Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is met ingang van 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een FLO-functie.
6. Bij ontslag op grond van het tweede lid zijn artikel 94b, vierde, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
7. De ambtenaar aan wie op grond van dit artikel voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering. Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt regels over de uitkering.
a. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend na 31 maart 2015 vervalt;
b. functies waarvan de aanmerking als substantieel bezwarend is vervallen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 maart 2015;
c. functies, bedoeld in artikel 3 van het Besluit overgangsrecht FLO-functies, zoals dat luidde op 31 maart 2015.
2. De ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid vervult, kan het bevoegd gezag verzoeken om eervol ontslag met het oog op een uitkering als bedoeld in het zevende lid. Dit ontslag kan niet eerder ingaan dan met ingang van de eerst mogelijke datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007791/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP</a>, in kan gaan.
3. Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder a, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie vervalt maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op die dag een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie.
4. Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder b, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is op 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op de dag waarop de aanmerking als substantieel bezwarende functie is vervallen een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een substantieel bezwarende functie.
5. Aan de ambtenaar die een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, vervult, wordt ontslag als bedoeld in het tweede lid verleend, indien de ambtenaar voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. de ambtenaar heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste vijf jaar doorgebracht in een functie als bedoeld in het eerste lid, onder c, en blijft deze functie vervullen tot zijn ontslag, en
b. de ambtenaar is met ingang van 1 april 2015 maximaal vijf jaar verwijderd van de eerst mogelijke datum waarop zijn ouderdomspensioen op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP, in kan gaan of heeft op 1 januari 2000 een aaneengesloten diensttijd van ten minste twintig jaar doorgebracht in een FLO-functie.
6. Bij ontslag op grond van het tweede lid zijn artikel 94b, vierde, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
7. De ambtenaar aan wie op grond van dit artikel voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet</a>, ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering. Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst stelt regels over de uitkering.