BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 105
Algemeen Rijksambtenarenreglement
1. Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren in de zin van dit besluit met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, wordt niet beslist dan nadat daarover door of namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overleg is gepleegd met de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel.
2. De Sectorcommissie bestaat uit vertegenwoordigers van:
a. de Algemene Centrale van Overheidspersoneel;
b. de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel;
c. het Ambtenarencentrum;
d. de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid en Onderwijs, Bedrijven en Instellingen;
e. andere door Ons tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren, welke onder meer gelet op het aantal ambtenaren, dat zij vertegenwoordigen, eveneens als representatief kunnen worden aangemerkt en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.
3. Indien een voorstel, waarover overleg dient plaats te vinden, strekt tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren wordt dit voorstel slechts ten uitvoer gebracht, indien daarover overeenstemming bestaat met de Sectorcommissie. Het standpunt van de Sectorcommissie wordt bepaald bij meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de Sectorcommissie staken, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht.
4. In de Sectorcommissie wordt geen overleg gevoerd over voorstellen die betrekking hebben op het gehele overheidspersoneel.
5. Indien een voorstel als bedoeld in het vierde lid, ziet op het van toepassing verklaren op overheidspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/610" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>werkzaam zijn, vindt in de Sectorcommissie overleg plaats over de gevolgen van een desbetreffend voorstel voor ambtenaren en de eventueel daarmee samenhangende wijzigingen in de voor hen geldende regelingen. Het overeenstemmingsvereiste, bedoeld in het derde lid, is daarbij niet van toepassing, mits het totaal van rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt.
6. Indien bij het overleg, bedoeld in het vijfde lid, een geschil ontstaat over de vraag of wordt voldaan aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van de ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt dat geschil onderworpen aan arbitrage door de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110g.
2. De Sectorcommissie bestaat uit vertegenwoordigers van:
a. de Algemene Centrale van Overheidspersoneel;
b. de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel;
c. het Ambtenarencentrum;
d. de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid en Onderwijs, Bedrijven en Instellingen;
e. andere door Ons tot het overleg toegelaten centrales van verenigingen van ambtenaren, welke onder meer gelet op het aantal ambtenaren, dat zij vertegenwoordigen, eveneens als representatief kunnen worden aangemerkt en tegen wier toelating het algemeen belang zich niet verzet.
3. Indien een voorstel, waarover overleg dient plaats te vinden, strekt tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren wordt dit voorstel slechts ten uitvoer gebracht, indien daarover overeenstemming bestaat met de Sectorcommissie. Het standpunt van de Sectorcommissie wordt bepaald bij meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit. Indien de stemmen binnen de Sectorcommissie staken, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of het voorstel ten uitvoer wordt gebracht.
4. In de Sectorcommissie wordt geen overleg gevoerd over voorstellen die betrekking hebben op het gehele overheidspersoneel.
5. Indien een voorstel als bedoeld in het vierde lid, ziet op het van toepassing verklaren op overheidspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/610" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>werkzaam zijn, vindt in de Sectorcommissie overleg plaats over de gevolgen van een desbetreffend voorstel voor ambtenaren en de eventueel daarmee samenhangende wijzigingen in de voor hen geldende regelingen. Het overeenstemmingsvereiste, bedoeld in het derde lid, is daarbij niet van toepassing, mits het totaal van rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt.
6. Indien bij het overleg, bedoeld in het vijfde lid, een geschil ontstaat over de vraag of wordt voldaan aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van de ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt dat geschil onderworpen aan arbitrage door de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110g.