BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 49y
Algemeen Rijksambtenarenreglement
1. Het bevoegd gezag stelt na overleg met de betrokken ambtenaar op basis van het advies, bedoeld in artikel 49x, vijfde lid, of een nieuw advies, bedoeld artikel 49x, achtste lid, een VWNW-plan vast, tenzij de betrokken ambtenaar kenbaar heeft gemaakt dat hij daarvan afziet.
2. Binnen twee weken na de datum van de vaststelling van het VWNW-plan maakt de ambtenaar, die deel uitmaakt van een aangewezen groep als bedoeld in artikel 49s, tweede lid, aan het bevoegd gezag kenbaar of hij het plan gaat uitvoeren.
3. Met ingang van de datum waarop de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, aanvangt met de uitvoering van het plan, heeft hij als vrijwillige VWNW-kandidaat aanspraak op het begeleidingstraject en de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3van dit hoofdstuk.
4. Het bevoegd gezag begeleidt de VWNW-kandidaat bij de uitvoering van het VWNW-plan.
5. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het begeleidingstraject de volgende faciliteiten toekennen in het VWNW-plan:
a. de voor de uitvoering van het VWNW-plan benodigde opleiding, waarbij verlof met behoud van bezoldiging wordt verleend voor de tijd die is gemoeid met het volgen van die opleiding,
b. het tijdelijk verrichten van andere werkzaamheden of het volgen van een stage om werkervaring op te doen,
c. de voor de uitvoering van het VWNW-plan benodigde loopbaanbegeleiding en de wijze waarop daarin wordt voorzien, en
d. overige voorzieningen die voor de uitvoering van het VWNW-plan nodig zijn.
6. In het VWNW-plan worden naast de faciliteiten, bedoeld in het vijfde lid, het zoekbereik voor een andere functie en voor de vrijwillige VWNW-kandidaat de datum waarop de uitvoering van het VWNW-plan aanvangt, vastgelegd.
7. Het VWNW-plan wordt elke zes maanden geëvalueerd.
8. Het bevoegd gezag evalueert het VWNW-plan indien de vrijwillige VWNW-kandidaat een aangeboden passende functie weigert.
9. Het bevoegd gezag kan het VWNW-plan herzien indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
2. Binnen twee weken na de datum van de vaststelling van het VWNW-plan maakt de ambtenaar, die deel uitmaakt van een aangewezen groep als bedoeld in artikel 49s, tweede lid, aan het bevoegd gezag kenbaar of hij het plan gaat uitvoeren.
3. Met ingang van de datum waarop de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, aanvangt met de uitvoering van het plan, heeft hij als vrijwillige VWNW-kandidaat aanspraak op het begeleidingstraject en de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3van dit hoofdstuk.
4. Het bevoegd gezag begeleidt de VWNW-kandidaat bij de uitvoering van het VWNW-plan.
5. Het bevoegd gezag kan ten behoeve van het begeleidingstraject de volgende faciliteiten toekennen in het VWNW-plan:
a. de voor de uitvoering van het VWNW-plan benodigde opleiding, waarbij verlof met behoud van bezoldiging wordt verleend voor de tijd die is gemoeid met het volgen van die opleiding,
b. het tijdelijk verrichten van andere werkzaamheden of het volgen van een stage om werkervaring op te doen,
c. de voor de uitvoering van het VWNW-plan benodigde loopbaanbegeleiding en de wijze waarop daarin wordt voorzien, en
d. overige voorzieningen die voor de uitvoering van het VWNW-plan nodig zijn.
6. In het VWNW-plan worden naast de faciliteiten, bedoeld in het vijfde lid, het zoekbereik voor een andere functie en voor de vrijwillige VWNW-kandidaat de datum waarop de uitvoering van het VWNW-plan aanvangt, vastgelegd.
7. Het VWNW-plan wordt elke zes maanden geëvalueerd.
8. Het bevoegd gezag evalueert het VWNW-plan indien de vrijwillige VWNW-kandidaat een aangeboden passende functie weigert.
9. Het bevoegd gezag kan het VWNW-plan herzien indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.