BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 107
Algemeen Rijksambtenarenreglement
1. Het overleg staat onder leiding van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is bevoegd de leiding van het overleg op te dragen aan een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen ambtenaar die is aangesteld als lid van de topmanagementgroep, indien de aard van de te bespreken aangelegenheden dit toelaat.
2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst functionarissen aan die hem, dan wel de functionaris die namens hem het overleg voert, bij het overleg terzijde staan.
3. Het secretariaat van het overleg wordt gevoerd door een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemde of aangewezen secretaris, die ten dienste staat van zowel de voorzitter en de in het tweede lid bedoeld ambtenaren als van de Sectorcommissie. De benoeming of aanwijzing van de secretaris geschiedt in overeenstemming met de Sectorcommissie.
4. Bij de behandeling van bepaalde aangelegenheden kan op uitnodiging of met toestemming van de voorzitter ook door anderen dan degenen, die daartoe ingevolge de vorige bepalingen van dit hoofdstuk bevoegd zijn, aan het overleg worden deelgenomen.
5. De leden van de Sectorcommissie kunnen zich na overleg met de voorzitter ter vergadering voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een deskundige doen bijstaan.
2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst functionarissen aan die hem, dan wel de functionaris die namens hem het overleg voert, bij het overleg terzijde staan.
3. Het secretariaat van het overleg wordt gevoerd door een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemde of aangewezen secretaris, die ten dienste staat van zowel de voorzitter en de in het tweede lid bedoeld ambtenaren als van de Sectorcommissie. De benoeming of aanwijzing van de secretaris geschiedt in overeenstemming met de Sectorcommissie.
4. Bij de behandeling van bepaalde aangelegenheden kan op uitnodiging of met toestemming van de voorzitter ook door anderen dan degenen, die daartoe ingevolge de vorige bepalingen van dit hoofdstuk bevoegd zijn, aan het overleg worden deelgenomen.
5. De leden van de Sectorcommissie kunnen zich na overleg met de voorzitter ter vergadering voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een deskundige doen bijstaan.