BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 35a
Algemeen Rijksambtenarenreglement
Indien de bepalingen in dit hoofdstuk worden toegepast op de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad van Adel, het Kabinet van de Koning, de Kanselarij der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de Raad van State, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het secretariaat van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden, dient voor Onze Minister telkens respectievelijk te worden gelezen het college van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Hoge Raad van Adel, de directeur van het Kabinet van de Koning, de kanselier der Nederlandse Orden, de Nationale ombudsman, de vice-president van de Raad van State, de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten of de voorzitter van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden.