BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 118
Algemeen Rijksambtenarenreglement
De artikelen 113 tot en met 117zijn van overeenkomstige toepassing op de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, het secretariaat van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het secretariaat van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden, met dien verstande dat voor Onze Minister telkens wordt gelezen respectievelijk de vice-president van de Raad van State, het college van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de voorzitter van de commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de voorzitter van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden.