BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 129a
Algemeen Rijksambtenarenreglement
1. In afwijking van artikel 22, tweede lid, wordt ten aanzien van aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan geen onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren; deze aanspraak vervalt op 1 januari 2021.
2. Onverminderd artikel 23b, eerste lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen indien de ambtenaar een volledige werktijd heeft. Heeft de ambtenaar een andere werktijd, dan wordt dit aantal met de voor hem geldende arbeidsduurfactor vermenigvuldigd. Bij toepassing van de eerste volzin is artikel 23b, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Onverminderd artikel 23b, eerste lid, kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen indien de ambtenaar een volledige werktijd heeft. Heeft de ambtenaar een andere werktijd, dan wordt dit aantal met de voor hem geldende arbeidsduurfactor vermenigvuldigd. Bij toepassing van de eerste volzin is artikel 23b, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.