BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 19
Algemeen Rijksambtenarenreglement
1. Het bepaalde in artikel 18is eerst van toepassing, nadat de ambtenaar als militair de opleiding en oefening heeft volbracht.
2. De ambtenaar, die ingevolge een wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet gedurende deze opleiding en oefening, de aan zijn ambt verbonden bezoldiging tot een bedrag, hetwelk gelijk is aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007791/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP</a>.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van ambtenaren op wie bij koninklijk besluit de artikelen 17en 18van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
4. Indien de ambtenaar bij opkomst in militaire dienst voldoet aan de voorwaarde, gesteld in het eerste lid, dan wel indien ingevolge het derde lid bij opkomst in militaire dienst deze voorwaarde niet voor hem geldt, geniet hij in afwijking van het bepaalde in artikel 18gedurende twee weken na zijn opkomst de volle aan zijn ambt verbonden bezoldiging.
2. De ambtenaar, die ingevolge een wettelijke verplichting voor opleiding en oefening als militair in werkelijke dienst is, geniet gedurende deze opleiding en oefening, de aan zijn ambt verbonden bezoldiging tot een bedrag, hetwelk gelijk is aan het verschuldigde premieverhaal op de overheidswerknemers op grond van de overeenkomst, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007791/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid van de Wet privatisering ABP</a>.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van ambtenaren op wie bij koninklijk besluit de artikelen 17en 18van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
4. Indien de ambtenaar bij opkomst in militaire dienst voldoet aan de voorwaarde, gesteld in het eerste lid, dan wel indien ingevolge het derde lid bij opkomst in militaire dienst deze voorwaarde niet voor hem geldt, geniet hij in afwijking van het bepaalde in artikel 18gedurende twee weken na zijn opkomst de volle aan zijn ambt verbonden bezoldiging.