BWBR0001950
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 23
Algemeen Rijksambtenarenreglement
1. De ambtenaar is vrij te bepalen wanneer hij vakantie opneemt, voor zoveel de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten.
2. Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar ieder jaar in de gelegenheid in ieder geval de wettelijke vakantie-uren op te nemen.
3. Het bevoegde gezag kan toestaan, dat een ambtenaar in enig kalenderjaar meer uren vakantie opneemt dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande, dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar nimmer met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Voor de ambtenaar met onvolledige werktijd wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de werktijd. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op wettelijke vakantie-uren over het eerstvolgende jaar.
4. De ambtenaar meldt het voornemen vakantie op te nemen ruimschoots van tevoren.
5. Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten, is het de ambtenaar toegestaan op het voornemen vakantie op te nemen, terug te komen, dan wel het opnemen niet voort te zetten.
6. Wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken, kan het bevoegde gezag aan de ambtenaar verleende toestemming vakantie op te nemen intrekken, zowel vóór als tijdens de vakantie. Indien de ambtenaar ten gevolge van het intrekken van de toestemming vakantie op te nemen geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed.
7. Indien een ambtenaar verlof geniet als bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder c, is het hem toegestaan het opnemen van vakantie niet voort te zetten. Indien het bevoegd gezag hier om verzoekt, dient de ambtenaar de ziekte of het ongeval aan te tonen.
2. Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar ieder jaar in de gelegenheid in ieder geval de wettelijke vakantie-uren op te nemen.
3. Het bevoegde gezag kan toestaan, dat een ambtenaar in enig kalenderjaar meer uren vakantie opneemt dan zijn aanspraak tot en met het lopende jaar bedraagt, met dien verstande, dat de opgenomen vakantie de aanspraak tot en met het lopende jaar nimmer met meer dan 57,6 uren mag overschrijden. Voor de ambtenaar met onvolledige werktijd wordt het in de vorige volzin bedoelde aantal uren van de maximaal toegestane overschrijding verminderd naar evenredigheid van de werktijd. De in een kalenderjaar teveel genoten vakantie wordt in mindering gebracht op de aanspraak op wettelijke vakantie-uren over het eerstvolgende jaar.
4. De ambtenaar meldt het voornemen vakantie op te nemen ruimschoots van tevoren.
5. Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten, is het de ambtenaar toegestaan op het voornemen vakantie op te nemen, terug te komen, dan wel het opnemen niet voort te zetten.
6. Wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken, kan het bevoegde gezag aan de ambtenaar verleende toestemming vakantie op te nemen intrekken, zowel vóór als tijdens de vakantie. Indien de ambtenaar ten gevolge van het intrekken van de toestemming vakantie op te nemen geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed.
7. Indien een ambtenaar verlof geniet als bedoeld in artikel 32, eerste lid, onder c, is het hem toegestaan het opnemen van vakantie niet voort te zetten. Indien het bevoegd gezag hier om verzoekt, dient de ambtenaar de ziekte of het ongeval aan te tonen.