BWBR0032386
Geldig vanaf 2021-03-24
Artikel 2.8
Besluit diergeneesmiddelen
1. Op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrechtvan overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrechtniet van toepassing op een aanvraag:
a. voor een eerste vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel;
b. tot wijziging van een vergunning voor gevallen die bij ministeriële regeling worden aangewezen voor de uitvoering van artikel 39, eerste lid, van Richtlijn 2001/82/EG,
c. tot verlenging van een vergunning voor het in de handel brengen.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrechtvan overeenkomstige toepassing na 30 dagen na de kennisgeving van:
a. de algehele overeenstemming, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van Richtlijn 2001/82/EG, of
b. de beschikking bedoeld in artikel 38, derde lid, tweede volzin, van Richtlijn 2001/82/EG,
met dien verstande dat Onze Minister een bekendmaking doet als bedoeld in artikel 4:20c van de Algemene wet bestuursrechtin overeenstemming met de algehele overeenstemming, bedoeld in onderdeel a, of de beschikking, bedoeld in onderdeel b.
2. In afwijking van het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrechtniet van toepassing op een aanvraag:
a. voor een eerste vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel;
b. tot wijziging van een vergunning voor gevallen die bij ministeriële regeling worden aangewezen voor de uitvoering van artikel 39, eerste lid, van Richtlijn 2001/82/EG,
c. tot verlenging van een vergunning voor het in de handel brengen.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrechtvan overeenkomstige toepassing na 30 dagen na de kennisgeving van:
a. de algehele overeenstemming, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van Richtlijn 2001/82/EG, of
b. de beschikking bedoeld in artikel 38, derde lid, tweede volzin, van Richtlijn 2001/82/EG,
met dien verstande dat Onze Minister een bekendmaking doet als bedoeld in artikel 4:20c van de Algemene wet bestuursrechtin overeenstemming met de algehele overeenstemming, bedoeld in onderdeel a, of de beschikking, bedoeld in onderdeel b.