BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 6
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
1. Vóór de aanvang van de vlucht of serie vluchten moet uit formulieren, welke bij de vluchtvoorbereiding zijn opgemaakt en door de gezagvoerder zijn getekend, blijken, dat deze gezagvoerder zich ervan heeft overtuigd, dat:
a. het vliegtuig luchtwaardig is;
b. het vliegtuig is voorzien van de in artikelen 8 tot en met 17 alsmede 19 tot en met 24 voorgeschreven instrumenten, installaties en uitrustingsstukken;
c. voor het vliegtuig een onderhoudsverklaring als bedoeld in artikel 88, vierde lid, onder a, van de Regeling Toezicht Luchtvaart, is afgegeven;
d. de lading veilig is gestuwd en gesjord;
e. de vlucht kan worden uitgevoerd met inachtneming van de in artikel 5 bedoelde prestatie-eisen;
f. is voldaan aan het bepaalde in artikel 3.
2. De in het vorige lid bedoelde formulieren moeten door de ondernemer ten minste zes maanden na het einde van de vlucht, waarop zij betrekking hebben, worden bewaard.
a. het vliegtuig luchtwaardig is;
b. het vliegtuig is voorzien van de in artikelen 8 tot en met 17 alsmede 19 tot en met 24 voorgeschreven instrumenten, installaties en uitrustingsstukken;
c. voor het vliegtuig een onderhoudsverklaring als bedoeld in artikel 88, vierde lid, onder a, van de Regeling Toezicht Luchtvaart, is afgegeven;
d. de lading veilig is gestuwd en gesjord;
e. de vlucht kan worden uitgevoerd met inachtneming van de in artikel 5 bedoelde prestatie-eisen;
f. is voldaan aan het bepaalde in artikel 3.
2. De in het vorige lid bedoelde formulieren moeten door de ondernemer ten minste zes maanden na het einde van de vlucht, waarop zij betrekking hebben, worden bewaard.