BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 39
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
1. De ondernemer is verplicht er voor te zorgen, dat de bij hem in dienst zijnde bestuurders worden onderzocht op vliegtechniek en bekwaamheid in het uitvoeren van noodprocedures.
2. Indien IFR-vluchten worden uitgevoerd, is de ondernemer verplicht er voor te zorgen, dat de bekwaamheid van de bij hem in dienst zijnde bestuurders inzake het uitvoeren van IFR-vluchten wordt aangetoond. Ter beoordeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat dient dit onderzoek te geschieden ten overstaan van personen, als bedoeld in artikel 102 van de Regeling Toezicht Luchtvaart, dan wel ten overstaan van een door de ondernemer aangewezen bestuurder.
3. Het onderzoek, als bedoeld in het eerste of tweede lid, moet binnen een tijdsverloop van twaalf achtereenvolgende maanden ten minste tweemaal worden uitgevoerd en wel zodanig, dat tussen twee controles ten minste vier maanden moeten zijn verlopen, tenzij voor dit onderzoek een systeem is ingevoerd, waarbij voor elke bestuurder bepaalde controlemaanden zijn vastgesteld, welke steeds onderling door een periode van vijf maanden zijn gescheiden en waarbij het onderzoek steeds geschiedt in de betreffende controlemaand of in de daaraanvoorafgaande of de daaropvolgende maand.
4. Alvorens een tweede bestuurder, die gedurende start en landing dienst moet doen op een bestuurderspost van een vliegtuig, aan te wijzen, is de ondernemer verplicht er voor te zorgen, dat de bekwaamheid om als zodanig op dat type vliegtuig dienst te doen wordt onderzocht. Dit is niet van toepassing op hen, die in de voorgaande 90 dagen dienst hebben gedaan op hetzelfde type vliegtuig als gezagvoerder of als tweede bestuurder.
2. Indien IFR-vluchten worden uitgevoerd, is de ondernemer verplicht er voor te zorgen, dat de bekwaamheid van de bij hem in dienst zijnde bestuurders inzake het uitvoeren van IFR-vluchten wordt aangetoond. Ter beoordeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat dient dit onderzoek te geschieden ten overstaan van personen, als bedoeld in artikel 102 van de Regeling Toezicht Luchtvaart, dan wel ten overstaan van een door de ondernemer aangewezen bestuurder.
3. Het onderzoek, als bedoeld in het eerste of tweede lid, moet binnen een tijdsverloop van twaalf achtereenvolgende maanden ten minste tweemaal worden uitgevoerd en wel zodanig, dat tussen twee controles ten minste vier maanden moeten zijn verlopen, tenzij voor dit onderzoek een systeem is ingevoerd, waarbij voor elke bestuurder bepaalde controlemaanden zijn vastgesteld, welke steeds onderling door een periode van vijf maanden zijn gescheiden en waarbij het onderzoek steeds geschiedt in de betreffende controlemaand of in de daaraanvoorafgaande of de daaropvolgende maand.
4. Alvorens een tweede bestuurder, die gedurende start en landing dienst moet doen op een bestuurderspost van een vliegtuig, aan te wijzen, is de ondernemer verplicht er voor te zorgen, dat de bekwaamheid om als zodanig op dat type vliegtuig dienst te doen wordt onderzocht. Dit is niet van toepassing op hen, die in de voorgaande 90 dagen dienst hebben gedaan op hetzelfde type vliegtuig als gezagvoerder of als tweede bestuurder.