BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 30
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
1. Het is verboden een verkeersvlucht, niet zijnde een rondvlucht, uit te voeren of te doen uitvoeren, tenzij aan de bepalingen van dit hoofdstuk wordt voldaan. Voor wat betreft het ongeregelde luchtvervoer van uitwendige lading met hefschroefvliegtuigen moet voorts worden voldaan aan de bepalingen van hoofdstuk II.
2. Aan het bepaalde in de artikelen 32, 33, 36 tweede lid, 37, tweede liden 38behoeft niet te worden voldaan bij de uitvoering van VFR-vluchten in het ongeregelde luchtvervoer met vliegtuigen waarvan de maximaal toegelaten totaalmassa 5700 kg of minder bedraagt.
3. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde wordt, voor wat betreft het ongeregelde luchtvervoer met hefschroefvliegtuigen, mede verstaan onder luchtvaartterreinen:
a. terreinen, voor zover krachtens het bepaalde in artikel 14, tweede lid, van de Luchtvaartwet het verbod, gesteld in het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is:
b. mijnbouwinstallaties, voor zover ter zake vereiste vergunning voor het gebruik is verleend.
2. Aan het bepaalde in de artikelen 32, 33, 36 tweede lid, 37, tweede liden 38behoeft niet te worden voldaan bij de uitvoering van VFR-vluchten in het ongeregelde luchtvervoer met vliegtuigen waarvan de maximaal toegelaten totaalmassa 5700 kg of minder bedraagt.
3. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde wordt, voor wat betreft het ongeregelde luchtvervoer met hefschroefvliegtuigen, mede verstaan onder luchtvaartterreinen:
a. terreinen, voor zover krachtens het bepaalde in artikel 14, tweede lid, van de Luchtvaartwet het verbod, gesteld in het eerste lid van dat artikel niet van toepassing is:
b. mijnbouwinstallaties, voor zover ter zake vereiste vergunning voor het gebruik is verleend.