BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 4
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
1. Bij de aanvang van de VFR-vlucht moeten de laatste meteorologische waarnemingsrapporten of een combinatie van de laatste meteorologische waarnemingsrapporten en verwachtingen er op wijzen, dat de weersomstandigheden zodanig zullen zijn en blijven, dat het mogelijk zal zijn de vlucht uit te voeren als een VFR-vlucht.
2. Bij de aanvang van een IFR-vlucht moeten de beschikbare meteorologische inlichtingen er op wijzen, dat de weersomstandigheden op de bestemmingshaven of op ten minste één uitwijkhaven op de te verwachten tijd van aankomst ten minste gelijk zullen zijn aan de weerminima, welke in het vluchthandboek dan wel in het navigatieplan voor deze luchtvaartterreinen voor gebruik als bestemmingshaven onderscheidenlijk uitwijkhaven zijn vermeld.
2. Bij de aanvang van een IFR-vlucht moeten de beschikbare meteorologische inlichtingen er op wijzen, dat de weersomstandigheden op de bestemmingshaven of op ten minste één uitwijkhaven op de te verwachten tijd van aankomst ten minste gelijk zullen zijn aan de weerminima, welke in het vluchthandboek dan wel in het navigatieplan voor deze luchtvaartterreinen voor gebruik als bestemmingshaven onderscheidenlijk uitwijkhaven zijn vermeld.