BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 10
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
1. Het vliegtuig dient te zijn voorzien van een radio-installatie voor communicatie, welke in staat is tot:
a. het onderhouden van de berichtenwisseling met de plaatselijke verkeersleidingsdienst;
b. het ontvangen van meteorologische inlichtingen op elk tijdstip van de vlucht;
c. tijdens de vlucht te allen tijde radioberichten kunnen worden gewisseld met ten minste één luchtvaartstation en met andere luchtvaartstations op zodanige frequenties als door de betreffende autoriteiten kunnen worden voorgeschreven;
d. radioberichten kunnen worden gewisseld op de internationale noodfrequentie 121,5 MHz.
2. De radio-installatie, bedoeld in dit artikel, moet met ingang van 1 januari 2001 ten minste voldoen aan de normen in deel I van Boek I van Bijlage 10 (Aeronautical Telecommunications) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.
3. De installatie dient zodanig te zijn, dat het onklaar raken van een voor een bepaald doel vereiste eenheid niet tot gevolg heeft, dat een voor een ander doel vereiste eenheid onklaar raakt.
a. het onderhouden van de berichtenwisseling met de plaatselijke verkeersleidingsdienst;
b. het ontvangen van meteorologische inlichtingen op elk tijdstip van de vlucht;
c. tijdens de vlucht te allen tijde radioberichten kunnen worden gewisseld met ten minste één luchtvaartstation en met andere luchtvaartstations op zodanige frequenties als door de betreffende autoriteiten kunnen worden voorgeschreven;
d. radioberichten kunnen worden gewisseld op de internationale noodfrequentie 121,5 MHz.
2. De radio-installatie, bedoeld in dit artikel, moet met ingang van 1 januari 2001 ten minste voldoen aan de normen in deel I van Boek I van Bijlage 10 (Aeronautical Telecommunications) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.
3. De installatie dient zodanig te zijn, dat het onklaar raken van een voor een bepaald doel vereiste eenheid niet tot gevolg heeft, dat een voor een ander doel vereiste eenheid onklaar raakt.