BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 33
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
In het vluchthandboek, als bedoeld in het vorige artikelen, dienen ten minste te zijn opgenomen:
a. de instructies, welke de verantwoordelijkheid van het bij de vluchtuitvoering betrokken personeel ten aanzien van de vluchtuitvoering in hoofdlijnen aangeven;
b. de samenstelling van de bemanning voor elke vlucht, waarbij tevens de opvolging in de gezagvoering moet zijn geregeld;
c. de procedure bij een noodtoestand tijdens de vlucht, de taken van elk lid van het boordpersoneel tijdens een noodtoestand, alsmede procedures voor de gezagvoerder wanneer hij een ongeval van een ander luchtvaartuig waarneemt;
d. de laagste hoogten onderscheidenlijk de methode ter bepaling hiervan, als bedoeld in artikel 36;
e. de weerminima, als bedoeld in artikel 35, eerste lid, voor elk als bestemmingshaven en uitwijkhaven te gebruiken luchtvaartterrein, onderscheidenlijk de methode ter bepaling van weerminima, als bedoeld in artikel 37, tweede lid;
f. de omstandigheden, waaronder een radioluisterwacht moet worden onderhouden;
g. de omstandigheden, waaronder ademhalingszuurstof moet worden gebruikt;
h. een lijst van de voor de verschillende vluchten mede te voeren navigatie-uitrusting;
i. de specifieke instructies voor het bepalen van de op elke vlucht krachtens artikel 7 mede te voeren hoeveelheden brandstof en smeerolie;
j. voor vluchten in het geregelde luchtvervoer: gegevens omtrent de radiocommunicatiehulpmiddelen, navigatiehulpmiddelen, luchtvaartterreinen, procedures tijdens het vliegen alsmede de gegevens, welke de ondernemer voorts nodig acht voor een goede vluchtuitvoering. Voor vluchten in het ongeregelde luchtvervoer: de aanwijzingen inzake het verkrijgen van de vorenbedoelde gegevens.
k. inlichtingen, welke de gezagvoerder in staat stellen te bepalen of de vlucht kan worden voortgezet nadat enig uitrustingsstuk, instrument, installatie, of systeem onklaar is geraakt;
l. de bij het seinen op de grond ten behoeve van opsporing en redding te gebruiken codes, zoals omschreven in Bijlage 12 (Search an Rescue) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;
m. de procedures voor gezagvoerders van onderschepte luchtvaartuigen, zoals omschreven in Bijlage 2 (Rules of the Air) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;
n. de zichtbare seinen te geven met onderscheppende en onderschepte luchtvaartuigen, zoals omschreven in Bijlage 2 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.
a. de instructies, welke de verantwoordelijkheid van het bij de vluchtuitvoering betrokken personeel ten aanzien van de vluchtuitvoering in hoofdlijnen aangeven;
b. de samenstelling van de bemanning voor elke vlucht, waarbij tevens de opvolging in de gezagvoering moet zijn geregeld;
c. de procedure bij een noodtoestand tijdens de vlucht, de taken van elk lid van het boordpersoneel tijdens een noodtoestand, alsmede procedures voor de gezagvoerder wanneer hij een ongeval van een ander luchtvaartuig waarneemt;
d. de laagste hoogten onderscheidenlijk de methode ter bepaling hiervan, als bedoeld in artikel 36;
e. de weerminima, als bedoeld in artikel 35, eerste lid, voor elk als bestemmingshaven en uitwijkhaven te gebruiken luchtvaartterrein, onderscheidenlijk de methode ter bepaling van weerminima, als bedoeld in artikel 37, tweede lid;
f. de omstandigheden, waaronder een radioluisterwacht moet worden onderhouden;
g. de omstandigheden, waaronder ademhalingszuurstof moet worden gebruikt;
h. een lijst van de voor de verschillende vluchten mede te voeren navigatie-uitrusting;
i. de specifieke instructies voor het bepalen van de op elke vlucht krachtens artikel 7 mede te voeren hoeveelheden brandstof en smeerolie;
j. voor vluchten in het geregelde luchtvervoer: gegevens omtrent de radiocommunicatiehulpmiddelen, navigatiehulpmiddelen, luchtvaartterreinen, procedures tijdens het vliegen alsmede de gegevens, welke de ondernemer voorts nodig acht voor een goede vluchtuitvoering. Voor vluchten in het ongeregelde luchtvervoer: de aanwijzingen inzake het verkrijgen van de vorenbedoelde gegevens.
k. inlichtingen, welke de gezagvoerder in staat stellen te bepalen of de vlucht kan worden voortgezet nadat enig uitrustingsstuk, instrument, installatie, of systeem onklaar is geraakt;
l. de bij het seinen op de grond ten behoeve van opsporing en redding te gebruiken codes, zoals omschreven in Bijlage 12 (Search an Rescue) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;
m. de procedures voor gezagvoerders van onderschepte luchtvaartuigen, zoals omschreven in Bijlage 2 (Rules of the Air) van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;
n. de zichtbare seinen te geven met onderscheppende en onderschepte luchtvaartuigen, zoals omschreven in Bijlage 2 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart.