BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 46
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
Alvorens een vlucht uit te voeren in een configuratie van hefschroefvliegtuig en uitwendige lading, welke aanmerkelijk verschilt van elke configuratie, waarin de bestuurder met dat type hefschroefvliegtuig reeds eerder heeft gevlogen, moet hij, ook al is de laadmethode dezelfde, op veilige manier nagaan of:
a. het gewicht en de zwaartepuntsligging van de combinatie van hefschroefvliegtuig en uitwendige lading binnen de toegestane grenzen vallen en of de uitwendige lading goed is bevestigd en bovendien zodanig, dat de snellosinrichting goed kan functioneren;
b. de besturing in de stijgvlucht voldoende is;
c. de richtingsbesturing voldoende is tijdens stil hangen;
d. het hefschroefvliegtuig of de uitwendige lading een oncontroleerbare of op andere wijze gevaarlijke stand krijgt bij versnelling in voorwaartse richting;
e. de uitwendige lading in voorwaartse vlucht niet slingert of dit zo nodig laten nagaan;
f. bij de snelheden, welke gedurende de vlucht zullen worden aangehouden, geen gevaarlijke slingeringen of gevaarlijke luchtwervelingen optreden.
a. het gewicht en de zwaartepuntsligging van de combinatie van hefschroefvliegtuig en uitwendige lading binnen de toegestane grenzen vallen en of de uitwendige lading goed is bevestigd en bovendien zodanig, dat de snellosinrichting goed kan functioneren;
b. de besturing in de stijgvlucht voldoende is;
c. de richtingsbesturing voldoende is tijdens stil hangen;
d. het hefschroefvliegtuig of de uitwendige lading een oncontroleerbare of op andere wijze gevaarlijke stand krijgt bij versnelling in voorwaartse richting;
e. de uitwendige lading in voorwaartse vlucht niet slingert of dit zo nodig laten nagaan;
f. bij de snelheden, welke gedurende de vlucht zullen worden aangehouden, geen gevaarlijke slingeringen of gevaarlijke luchtwervelingen optreden.