BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 19
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
Het vliegtuig moet tijdens een vlucht bij nacht zowel zijn voorzien van de in artikel 9genoemde instrumenten als van:
a. verlichting voor alle, door de bemanning te gebruiken instrumenten en installaties, welke nodig zijn om het vliegtuig op veilige wijze te kunnen bedienen;
b. een installatie, welke de bestuurder in staat stelt de lichten te voeren, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement;
c. een elektrische zaklantaarn voor ieder dienstdoend lid van het boordpersoneel;
d. twee landingslichten, voorzien van lampen met een enkele gloeidraad of één landingslicht, voorzien van een lamp met twee afzonderlijke gevoede gloeidraden;
e. lichten in de passagiersafdelingen;
f. een anti-botsingslicht, indien de maximaal toegelaten totaalmassa meer dan 5700 kg bedraagt;
g. een noodverlichting van de nooduitgangen, indien de maximaal toegelaten totaalmassa meer dan 5700 kg bedraagt.
a. verlichting voor alle, door de bemanning te gebruiken instrumenten en installaties, welke nodig zijn om het vliegtuig op veilige wijze te kunnen bedienen;
b. een installatie, welke de bestuurder in staat stelt de lichten te voeren, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement;
c. een elektrische zaklantaarn voor ieder dienstdoend lid van het boordpersoneel;
d. twee landingslichten, voorzien van lampen met een enkele gloeidraad of één landingslicht, voorzien van een lamp met twee afzonderlijke gevoede gloeidraden;
e. lichten in de passagiersafdelingen;
f. een anti-botsingslicht, indien de maximaal toegelaten totaalmassa meer dan 5700 kg bedraagt;
g. een noodverlichting van de nooduitgangen, indien de maximaal toegelaten totaalmassa meer dan 5700 kg bedraagt.