BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 41
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
1. De ondernemer is verplicht er voor te zorgen, dat de passagiers worden ingelicht omtrent de plaats en het gebruik van:
a. de veiligheidstuigen of -gordels, nooduitgangen, zwemvesten, indien het meevoeren hiervan is vereist krachtens het bepaalde in artikel 20, en van andere nooduitrusting, welke voor persoonlijk gebruik aan boord aanwezig is;
b. de maskers voor het toedienen van ademhalingszuurstof, indien het meevoeren van ademhalingszuurstof is vereist krachtens het bepaalde in artikel 17, eerste of tweede lid.
2. De ondernemer is verplicht er voor te zorgen, dat de passagiers worden ingelicht omtrent de plaats van de voornaamste nooduitrusting, aan boord voor gemeenschappelijk gebruik, alsmede de algemene wijze van gebruik.
3. De ondernemer is verplicht te allen tijde gegevens ter beschikking te hebben van de nooduitrusting, welke aanwezig is aan boord van zijn in het internationale vervoer in gebruik zijnde vliegtuigen, ter informatie van de opsporings- en reddingscoördinatiecentra. Deze gegevens moeten, voorzover van toepassing, ten minste bevatten:
a. aantal, kleur en type van de reddingsvlotten en pyrotechnische signalen;
b. bijzonderheden van de medische nooduitrusting;
c. watervoorraad; d. type en frequentie van de draagbare noodradio-apparatuur.
a. de veiligheidstuigen of -gordels, nooduitgangen, zwemvesten, indien het meevoeren hiervan is vereist krachtens het bepaalde in artikel 20, en van andere nooduitrusting, welke voor persoonlijk gebruik aan boord aanwezig is;
b. de maskers voor het toedienen van ademhalingszuurstof, indien het meevoeren van ademhalingszuurstof is vereist krachtens het bepaalde in artikel 17, eerste of tweede lid.
2. De ondernemer is verplicht er voor te zorgen, dat de passagiers worden ingelicht omtrent de plaats van de voornaamste nooduitrusting, aan boord voor gemeenschappelijk gebruik, alsmede de algemene wijze van gebruik.
3. De ondernemer is verplicht te allen tijde gegevens ter beschikking te hebben van de nooduitrusting, welke aanwezig is aan boord van zijn in het internationale vervoer in gebruik zijnde vliegtuigen, ter informatie van de opsporings- en reddingscoördinatiecentra. Deze gegevens moeten, voorzover van toepassing, ten minste bevatten:
a. aantal, kleur en type van de reddingsvlotten en pyrotechnische signalen;
b. bijzonderheden van de medische nooduitrusting;
c. watervoorraad; d. type en frequentie van de draagbare noodradio-apparatuur.