BWBR0009487
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 5b
Regeling voorbereiding en uitvoering verkeersvluchten, uitgezonderd rondvluchten
1. De prestaties van een voor verkeersvluchten te gebruiken hefschroefvliegtuig moeten zodanig zijn, dat het vliegtuig met één motor buiten werking, hetzij veilig kan terugkeren naar het luchtvaartterrein van vertrek, hetzij de vlucht veilig kan voortzetten naar het luchtvaartterrein van bestemming, of, in geval van instrument-weersomstandigheden (IMC), naar de in het navigatieplan vermelde uitwijkhaven.
2. Aan het gestelde in het vorige lid behoeft niet te worden voldaan, mits
a. de vlucht wordt uitgevoerd bij dag en onder zicht-weersomstandigheden (VMC), en
b. de overige omstandigheden van de vlucht (hoogte, snelheid, route, enz.) zodanig zijn, dat op elk tijdstip, zowel bij een vlucht over land als over water, een veilige noodlanding in autorotatie of met één motor buiten werking kan worden uitgevoerd en dat bij vluchten over water voor het uitvoeren van die noodlanding het land kan worden bereikt, indien aan boord geen drijfinrichting (al of niet automatisch opblaasbaar) aanwezig is en niet iedere inzittende een zwemvest of een daarmee gelijk te stellen middel om een persoon drijvende te houden draagt alsmede een dompelpak, indien de temperatuur van het water lager is dan 14°C.
2. Aan het gestelde in het vorige lid behoeft niet te worden voldaan, mits
a. de vlucht wordt uitgevoerd bij dag en onder zicht-weersomstandigheden (VMC), en
b. de overige omstandigheden van de vlucht (hoogte, snelheid, route, enz.) zodanig zijn, dat op elk tijdstip, zowel bij een vlucht over land als over water, een veilige noodlanding in autorotatie of met één motor buiten werking kan worden uitgevoerd en dat bij vluchten over water voor het uitvoeren van die noodlanding het land kan worden bereikt, indien aan boord geen drijfinrichting (al of niet automatisch opblaasbaar) aanwezig is en niet iedere inzittende een zwemvest of een daarmee gelijk te stellen middel om een persoon drijvende te houden draagt alsmede een dompelpak, indien de temperatuur van het water lager is dan 14°C.