BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 97
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. Bij levering via een zich hier te lande bevindend bevoorradingsdepot, als bedoeld in artikel 40 van verordening 800/1999, van zeeschepen en luchtvaartuigen in de Gemeenschap, voor proviandering van boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen, alsmede voor rechtstreekse proviandering van zeeschepen buiten de Gemeenschap, als bedoeld in artikel 43, derde lid, onder a, van genoemde verordening, kan op voet van het bepaalde in eerstgenoemd artikel, onder toepassing van de volgende procedure en voorwaarden restitutie worden toegekend bij wijze van voorschot dan wel afboeking in veredelingsverkeer plaatsvinden.
2. Het in artikel 41, eerste lid, van verordening 800/1999bedoelde nationale document is het controle-exemplaar T 5.
3. De exporteur dient voor de verkrijging van het voorschot dan wel de afboeking in het veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden te voldoen.
a. De aantekening ‘Opslag in depot onder verplichting van levering voor bevoorrading van zeeschepen of luchtvaartuigen – toepassing van artikel 40 van verordening 800/1999’ wordt vermeld: op de aangifte ten uitvoer;
in vak 44 van het bij die aangifte over te leggen formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling en
in vak 104, onder de rubriek ‘Andere’, van het controle-exemplaar T 5.
op de aangifte ten uitvoer;
in vak 44 van het bij die aangifte over te leggen formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling en
in vak 104, onder de rubriek ‘Andere’, van het controle-exemplaar T 5.
b. De ten uitvoer aangegeven goederen worden binnen dertig dagen na aanvaarding van de aangifte opgeslagen in een vrij entrepot, als bedoeld in artikel 828 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993, houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, of een douane-entrepot type c, d of e, als bedoeld in artikel 506 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993, houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek.
c. Dit bevoorradingsdepot dient ter beschikking te staan van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die is erkend als depothouder in de zin van artikel 40, tweede lid, van verordening 800/1999.
d. Op het formulier L dan wel, indien dit op de plaats van aangifte, niet zijnde de plaats van inslag, is achtergehouden, op het uitvoerdocument, dient door de depothouder schriftelijk te worden verklaard dat hij de goederen heeft ingeslagen.
4. 4. Het controle-exemplaar T 5 wordt door de Belastingdienst behandeld. Na constatering van de inslag van betreffende goederen in het bevoorradingsdepot wordt het controle-exemplaar T 5 terstond door de Belastingdienst naar het produktschap gezonden.
5. a. Het produktschap kent het voorschot toe aan de hand van: de aanvrage zoals deze blijkt uit het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling;
de bevindingen van de belastingdienst bij de verificatie van de aangifte ten uitvoer en bij inslag in het bevoorradingsdepot;
de aanvrage zoals deze blijkt uit het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling;
de bevindingen van de belastingdienst bij de verificatie van de aangifte ten uitvoer en bij inslag in het bevoorradingsdepot;
b. Behoudens vaststelling vooraf, wordt de restitutie berekend en worden, in voorkomend geval, de noodzakelijke aanpassingen bepaald naar de restitutievoet geldende op de dag van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer voorafgaande aan de inslag van de goederen in het bevoorradingsdepot.
c. Het produktschap zendt terstond na de behandeling van het controle-exemplaar T 5 een fotokopie daarvan aan het kantoor van de regionale inspectie van de Algemene Inspectiedienst binnen welks ressort de opslag heeft plaatsgevonden.
2. Het in artikel 41, eerste lid, van verordening 800/1999bedoelde nationale document is het controle-exemplaar T 5.
3. De exporteur dient voor de verkrijging van het voorschot dan wel de afboeking in het veredelingsverkeer aan de volgende voorwaarden te voldoen.
a. De aantekening ‘Opslag in depot onder verplichting van levering voor bevoorrading van zeeschepen of luchtvaartuigen – toepassing van artikel 40 van verordening 800/1999’ wordt vermeld: op de aangifte ten uitvoer;
in vak 44 van het bij die aangifte over te leggen formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling en
in vak 104, onder de rubriek ‘Andere’, van het controle-exemplaar T 5.
op de aangifte ten uitvoer;
in vak 44 van het bij die aangifte over te leggen formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling en
in vak 104, onder de rubriek ‘Andere’, van het controle-exemplaar T 5.
b. De ten uitvoer aangegeven goederen worden binnen dertig dagen na aanvaarding van de aangifte opgeslagen in een vrij entrepot, als bedoeld in artikel 828 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993, houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, of een douane-entrepot type c, d of e, als bedoeld in artikel 506 van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993, houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek.
c. Dit bevoorradingsdepot dient ter beschikking te staan van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die is erkend als depothouder in de zin van artikel 40, tweede lid, van verordening 800/1999.
d. Op het formulier L dan wel, indien dit op de plaats van aangifte, niet zijnde de plaats van inslag, is achtergehouden, op het uitvoerdocument, dient door de depothouder schriftelijk te worden verklaard dat hij de goederen heeft ingeslagen.
4. 4. Het controle-exemplaar T 5 wordt door de Belastingdienst behandeld. Na constatering van de inslag van betreffende goederen in het bevoorradingsdepot wordt het controle-exemplaar T 5 terstond door de Belastingdienst naar het produktschap gezonden.
5. a. Het produktschap kent het voorschot toe aan de hand van: de aanvrage zoals deze blijkt uit het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling;
de bevindingen van de belastingdienst bij de verificatie van de aangifte ten uitvoer en bij inslag in het bevoorradingsdepot;
de aanvrage zoals deze blijkt uit het formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling;
de bevindingen van de belastingdienst bij de verificatie van de aangifte ten uitvoer en bij inslag in het bevoorradingsdepot;
b. Behoudens vaststelling vooraf, wordt de restitutie berekend en worden, in voorkomend geval, de noodzakelijke aanpassingen bepaald naar de restitutievoet geldende op de dag van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer voorafgaande aan de inslag van de goederen in het bevoorradingsdepot.
c. Het produktschap zendt terstond na de behandeling van het controle-exemplaar T 5 een fotokopie daarvan aan het kantoor van de regionale inspectie van de Algemene Inspectiedienst binnen welks ressort de opslag heeft plaatsgevonden.