BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 49a
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
In afwijking van de artikelen 40tot en met 45geeft het productschap de in artikel 35, eerste lid, onder a, bedoelde invoercertificaten en uittreksels daarvan slechts af voor:
1. ruwe hennep van post 53 02 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur indien deze voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 1251/1999 (PbEG L 160);
2. zaaizaad voor de inzaai van henneprassen van post 1207 99 20 van de gecombineerde nomenclatuur indien deze vergezeld gaat van het bewijs dat het gehalte aan tetrahydrocannabinol niet hoger is dan het in artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 1251/1999 vastgestelde gehalte;
3. niet voor inzaai bestemd hennepzaad van de post 1207 99 91 van de gecombineerde nomenclatuur indien: a. de importeur door het productschap is erkend;
b. de importeur zich ertoe verbindt zorg te dragen voor de verstrekking aan het productschap van de in artikel 17 bis van Verordening (EG) 245/2001 (PbEG L 35) bedoelde verklaringen binnen de aldaar gestelde termijn en onder de door het productschap gestelde voorwaarden;
c. de administratie van de importeur voldoet aan de door het productschap gestelde eisen;
d. de importeur toelaat dat, indien zulks de Algemene Inspectiedienst of het productschap nodig voorkomt, wordt overgegaan tot controle op de naleving van hetgeen bij of krachtens Verordening 1673/2000 (PbEG L 193) is bepaald; en
e. de importeur zodanige maatregelen treft dat ook zijn afnemers aan het onder c en d gestelde voldoen.
a. de importeur door het productschap is erkend;
b. de importeur zich ertoe verbindt zorg te dragen voor de verstrekking aan het productschap van de in artikel 17 bis van Verordening (EG) 245/2001 (PbEG L 35) bedoelde verklaringen binnen de aldaar gestelde termijn en onder de door het productschap gestelde voorwaarden;
c. de administratie van de importeur voldoet aan de door het productschap gestelde eisen;
d. de importeur toelaat dat, indien zulks de Algemene Inspectiedienst of het productschap nodig voorkomt, wordt overgegaan tot controle op de naleving van hetgeen bij of krachtens Verordening 1673/2000 (PbEG L 193) is bepaald; en
e. de importeur zodanige maatregelen treft dat ook zijn afnemers aan het onder c en d gestelde voldoen.
1. ruwe hennep van post 53 02 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur indien deze voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 1251/1999 (PbEG L 160);
2. zaaizaad voor de inzaai van henneprassen van post 1207 99 20 van de gecombineerde nomenclatuur indien deze vergezeld gaat van het bewijs dat het gehalte aan tetrahydrocannabinol niet hoger is dan het in artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 1251/1999 vastgestelde gehalte;
3. niet voor inzaai bestemd hennepzaad van de post 1207 99 91 van de gecombineerde nomenclatuur indien: a. de importeur door het productschap is erkend;
b. de importeur zich ertoe verbindt zorg te dragen voor de verstrekking aan het productschap van de in artikel 17 bis van Verordening (EG) 245/2001 (PbEG L 35) bedoelde verklaringen binnen de aldaar gestelde termijn en onder de door het productschap gestelde voorwaarden;
c. de administratie van de importeur voldoet aan de door het productschap gestelde eisen;
d. de importeur toelaat dat, indien zulks de Algemene Inspectiedienst of het productschap nodig voorkomt, wordt overgegaan tot controle op de naleving van hetgeen bij of krachtens Verordening 1673/2000 (PbEG L 193) is bepaald; en
e. de importeur zodanige maatregelen treft dat ook zijn afnemers aan het onder c en d gestelde voldoen.
a. de importeur door het productschap is erkend;
b. de importeur zich ertoe verbindt zorg te dragen voor de verstrekking aan het productschap van de in artikel 17 bis van Verordening (EG) 245/2001 (PbEG L 35) bedoelde verklaringen binnen de aldaar gestelde termijn en onder de door het productschap gestelde voorwaarden;
c. de administratie van de importeur voldoet aan de door het productschap gestelde eisen;
d. de importeur toelaat dat, indien zulks de Algemene Inspectiedienst of het productschap nodig voorkomt, wordt overgegaan tot controle op de naleving van hetgeen bij of krachtens Verordening 1673/2000 (PbEG L 193) is bepaald; en
e. de importeur zodanige maatregelen treft dat ook zijn afnemers aan het onder c en d gestelde voldoen.