BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 85
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. De toekenning van de restitutie vindt plaats door het produktschap.
2. De betaling van de restitutie kan overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen in gedeelten geschieden.
3. In geval de restitutie wordt toegekend met plaatsing van de uit te voeren goederen onder de regeling voor communautair douanevervoer voor per spoor vervoerde goederen als bedoeld in het Communautair douanewetboek, geschiedt de betaling onder de voorwaarde dat zij als onverschuldigd zal worden aangemerkt, indien en zodra blijkt dat de goederen niet binnen de gestelde termijnen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten.
4. Het bepaalde in artikel 49, negende lid, van verordening 800/1999blijft buiten toepassing.
5. Het produktschap mag afzien van terugvordering, als de Lid-Staten daartoe bevoegd zijn op grond van artikel 52, derde lid, van verordening 800/1999.
6. De oplegging van de administratieve sancties, als bedoeld in artikel 51 van verordening 800/1999, vindt plaats door het produktschap.
7. De in artikel 3, eerste lid, onder b en c, van verordening (EG) nr. 1469/95van de Raad van de, bedoelde maatregelen en de ten uitvoering daarvan gestelde maatregelen worden door het produktschap genomen.
Het produktschap is tevens bevoegd tot het nemen van verscherpte controlemaatregelen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van Verordening (EG) nr. 1469/95, voor zover deze maatregelen betrekking hebben op de uitoefening van zijn taken in het kader van deze regeling.
2. De betaling van de restitutie kan overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen in gedeelten geschieden.
3. In geval de restitutie wordt toegekend met plaatsing van de uit te voeren goederen onder de regeling voor communautair douanevervoer voor per spoor vervoerde goederen als bedoeld in het Communautair douanewetboek, geschiedt de betaling onder de voorwaarde dat zij als onverschuldigd zal worden aangemerkt, indien en zodra blijkt dat de goederen niet binnen de gestelde termijnen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten.
4. Het bepaalde in artikel 49, negende lid, van verordening 800/1999blijft buiten toepassing.
5. Het produktschap mag afzien van terugvordering, als de Lid-Staten daartoe bevoegd zijn op grond van artikel 52, derde lid, van verordening 800/1999.
6. De oplegging van de administratieve sancties, als bedoeld in artikel 51 van verordening 800/1999, vindt plaats door het produktschap.
7. De in artikel 3, eerste lid, onder b en c, van verordening (EG) nr. 1469/95van de Raad van de, bedoelde maatregelen en de ten uitvoering daarvan gestelde maatregelen worden door het produktschap genomen.
Het produktschap is tevens bevoegd tot het nemen van verscherpte controlemaatregelen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van Verordening (EG) nr. 1469/95, voor zover deze maatregelen betrekking hebben op de uitoefening van zijn taken in het kader van deze regeling.