BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 35
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. Met betrekking tot de in kolom 1 van bijlage Iaangewezen goederen is het produktschap bevoegd:
a. tot het afgeven van de invoer- en uitvoercertificaten en uittreksels daarvan die in de gevallen waarin dit in een basisverordening of in de uitvoeringsbepalingen voor een zodanig goed wordt vereist, bij de invoer of de uitvoer van dat goed moeten worden overgelegd en, behoudens het bepaalde in het tweede lid alsmede de bepalingen in paragraaf 4 van dit hoofdstuk, daarbij gelden als een vergunning en
b. tot het verlenen van invoer- en uitvoervergunningen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, alsmede invoervergunningen als bedoeld in artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 voor wat betreft landbouwgoederen, welke vergunningen – behoudens het bepaalde in artikel 48 – bij de invoer of uitvoer van dat goed moeten worden overgelegd in de gevallen waarin een basisverordening of de uitvoeringsbepalingen daarvan onderscheidenlijk een handelspolitieke maatregel de invoer of de uitvoer van een zodanig goed naar hoeveelheid beperken.
2. In de gevallen waarin, ingevolge een basisverordening of uitvoeringsbepaling, de invoer in de Gemeenschap onderscheidenlijk uitvoer uit de Gemeenschap van een goed aan bijzondere voorwaarden dan wel voorschriften is onderworpen, geldt het in het eerste lid, onder a, bedoelde certificaat slechts onder zodanige voorwaarden of met zodanige daaraan verbonden voorschriften als vergunning dat aan het gestelde in de communautaire regeling wordt voldaan, een en ander met inachtneming van de daarin voorgeschreven procedures.
3. Voor andere dan in het eerste lid, onder b, bedoelde gevallen worden met betrekking tot de aldaar in de aanhefbedoelde goederen geen vergunningen verleend.
a. tot het afgeven van de invoer- en uitvoercertificaten en uittreksels daarvan die in de gevallen waarin dit in een basisverordening of in de uitvoeringsbepalingen voor een zodanig goed wordt vereist, bij de invoer of de uitvoer van dat goed moeten worden overgelegd en, behoudens het bepaalde in het tweede lid alsmede de bepalingen in paragraaf 4 van dit hoofdstuk, daarbij gelden als een vergunning en
b. tot het verlenen van invoer- en uitvoervergunningen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het besluit, alsmede invoervergunningen als bedoeld in artikel 2 van het Invoerbesluit landen 1981 voor wat betreft landbouwgoederen, welke vergunningen – behoudens het bepaalde in artikel 48 – bij de invoer of uitvoer van dat goed moeten worden overgelegd in de gevallen waarin een basisverordening of de uitvoeringsbepalingen daarvan onderscheidenlijk een handelspolitieke maatregel de invoer of de uitvoer van een zodanig goed naar hoeveelheid beperken.
2. In de gevallen waarin, ingevolge een basisverordening of uitvoeringsbepaling, de invoer in de Gemeenschap onderscheidenlijk uitvoer uit de Gemeenschap van een goed aan bijzondere voorwaarden dan wel voorschriften is onderworpen, geldt het in het eerste lid, onder a, bedoelde certificaat slechts onder zodanige voorwaarden of met zodanige daaraan verbonden voorschriften als vergunning dat aan het gestelde in de communautaire regeling wordt voldaan, een en ander met inachtneming van de daarin voorgeschreven procedures.
3. Voor andere dan in het eerste lid, onder b, bedoelde gevallen worden met betrekking tot de aldaar in de aanhefbedoelde goederen geen vergunningen verleend.