BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 48
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. In de gevallen, waarin ingevolge een basisverordening of uitvoeringsbepaling de invoer, onderscheidenlijk de uitvoer of doorvoer is gebonden aan een bijzondere voorwaarde, die inhoudt dat ter verzekering van de nakoming van een verplichting een waarborg dient te worden gesteld, is voor die invoer, onderscheidenlijk die uitvoer of doorvoer geen vergunning vereist, doch de overlegging van een verklaring waaruit blijkt dat de voorgeschreven waarborg is gesteld.
2. De waarborg wordt gesteld bij het produktschap. Artikel 42, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Het produktschap stelt de verklaring op het bij de aangifte ten invoer, ten uitvoer of ten doorvoer over te leggen formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, onderscheidenlijk in artikel 39van de Douaneregeling, dan wel op het formulier zekerheidstelling.
4. Het produktschap geeft de gestelde waarborg vrij in de gevallen en op de wijze als voorzien in de in het eerste lid bedoelde communautaire voorschriften.
2. De waarborg wordt gesteld bij het produktschap. Artikel 42, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Het produktschap stelt de verklaring op het bij de aangifte ten invoer, ten uitvoer of ten doorvoer over te leggen formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, onderscheidenlijk in artikel 39van de Douaneregeling, dan wel op het formulier zekerheidstelling.
4. Het produktschap geeft de gestelde waarborg vrij in de gevallen en op de wijze als voorzien in de in het eerste lid bedoelde communautaire voorschriften.