BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 50a
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. De in artikel 36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt voor wat betreft olijven van de posten 0709 9031, 0709 9039, 0711 2010 en 0711 2090 van de Gecombineerde Nomenclatuur, met uitzondering van olijven in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 5 kilogram, die in het vrije verkeer worden gebracht, slechts indien bij en ten genoegen van het produktschap overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 104/91(Pb EG nr. L 12) een zekerheid is gesteld als garantie dat de olie die uit in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte olijven is verkregen niet in aanmerking wordt gebracht voor de produktie en consumptiesteun als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 136/66(Pb EG nr. L 172)
2. Ter zake van het stellen van de zekerheid is artikel 42, tweede lid, van overeenkomstig toepassing.
3. Van het stellen van de in het tweede lid bedoelde zekerheid wordt door het produktschap aantekening gesteld op beide exemplaren van hethet formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, houdende vermelding van de hoeveelheid en soort alsmede het bedrag waarvoor zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij geldt.
4. Het produktschap geeft de zekerheid met inachtneming van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 104/91vrij.
2. Ter zake van het stellen van de zekerheid is artikel 42, tweede lid, van overeenkomstig toepassing.
3. Van het stellen van de in het tweede lid bedoelde zekerheid wordt door het produktschap aantekening gesteld op beide exemplaren van hethet formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, houdende vermelding van de hoeveelheid en soort alsmede het bedrag waarvoor zekerheid is gesteld en zonodig de tijdsduur waarvoor zij geldt.
4. Het produktschap geeft de zekerheid met inachtneming van het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 104/91vrij.