BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 20
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. Bij de aangifte ten uitvoer en de aangifte tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots voor goederen met voorfinanciering, als bedoeld in artikel 530, eerste lid, van de Toepassingsverordening communautair douanewetboek, kan de vermelding van gehalte, samenstelling of hoedanigheid van de uit te voeren goederen achterwege blijven, indien het produktschap daartoe schriftelijk toestemming heeft verleend aan de exporteur, die de aangifte indient of doet indienen.
2. In de te verlenen toestemming wordt de soort goederen, waarvoor zij geldt, nauwkeurig omschreven en voorts worden aan de toestemming alle voorwaarden verbonden, die nodig zijn voor het verkrijgen langs andere weg van de voor de berekening van de restitutie of de bepaling van de aanspraak op vrijstelling van heffing bij veredelingsverkeer vereiste gegevens en voor het uitoefenen van controle op de juistheid daarvan.
3. Degene, die de goederen aangeeft als bedoeld in het eerste lid, vermeldt in de aangifte en in voorkomend geval op het formulier L, bedoeld in artikel 39van de Douaneregeling datum en nummer van toestemming, op grond waarvan vermelding van gehalte, samenstelling of hoedanigheid van het goed achterwege is gelaten.
4. De toestemming wordt door het produktschap slechts verleend in overeenstemming met de rijksbelastingdienst en de Algemene Inspectiedienst en indien aan de te stellen voorwaarden, als bedoeld in het tweede lid, ten volle kan worden voldaan, hetzij door middel van een deugdelijke voorraads en verwerkingsadministratie, hetzij door andere middelen.
5. De toestemming wordt tot wederopzeggens verleend. Zij wordt ingetrokken zodra blijkt, dat een of meer van de gestelde voorwaarden niet zijn nagekomen.
6. De in het tweede lid bedoelde controle wordt uitgeoefend door de Algemene Inspectiedienst.
2. In de te verlenen toestemming wordt de soort goederen, waarvoor zij geldt, nauwkeurig omschreven en voorts worden aan de toestemming alle voorwaarden verbonden, die nodig zijn voor het verkrijgen langs andere weg van de voor de berekening van de restitutie of de bepaling van de aanspraak op vrijstelling van heffing bij veredelingsverkeer vereiste gegevens en voor het uitoefenen van controle op de juistheid daarvan.
3. Degene, die de goederen aangeeft als bedoeld in het eerste lid, vermeldt in de aangifte en in voorkomend geval op het formulier L, bedoeld in artikel 39van de Douaneregeling datum en nummer van toestemming, op grond waarvan vermelding van gehalte, samenstelling of hoedanigheid van het goed achterwege is gelaten.
4. De toestemming wordt door het produktschap slechts verleend in overeenstemming met de rijksbelastingdienst en de Algemene Inspectiedienst en indien aan de te stellen voorwaarden, als bedoeld in het tweede lid, ten volle kan worden voldaan, hetzij door middel van een deugdelijke voorraads en verwerkingsadministratie, hetzij door andere middelen.
5. De toestemming wordt tot wederopzeggens verleend. Zij wordt ingetrokken zodra blijkt, dat een of meer van de gestelde voorwaarden niet zijn nagekomen.
6. De in het tweede lid bedoelde controle wordt uitgeoefend door de Algemene Inspectiedienst.