BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 52
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. De in artikel 36, onderdeel c, bedoelde vrijstelling geldt voor wat betreft de invoer van levende runderen zijnde fokdieren van zuiver ras van GN code 0102 1000 slechts indien:
a. de ouders en de grootouders zijn ingeschreven of geregistreerd in het stamboek voor hetzelfde ras en de runderen zelf in dat stamboek staan ingeschreven dan wel geregistreerd en geschikt zijn om erin te worden ingeschreven en voor zover het vrouwelijke dieren betreft niet ouder dan 6 jaar zijn;
b. bij de aangifte ten invoer voor ieder rund afzonderlijk een stamboekcertificaat waarin de in onderdeel a vermelde gegevens zijn opgenomen en een voor fokdieren van zuiver ras opgesteld gezondheidscertificaat worden overgelegd alsmede een op afschrift gestelde verklaring van de importeur dat de runderen waarvoor de aangifte ten invoer wordt gedaan, behoudens in geval van overmacht, niet binnen een termijn van 12 maanden nadat de aangifte ten invoer heeft plaatsgevonden zullen worden geslacht;
c. de importeur uiterlijk aan het einde van de 15e maand volgende op die waarin de runderen in het vrije verkeer zijn gebracht bij de douane een verklaring overlegt van: een in Nederland erkende stamboekvereniging dat de runderen niet binnen de in onderdeel b bedoelde termijn zijn geslacht en staan ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van deze stamboekvereniging, of
de Voedsel en Waren Autoriteit, dan wel van een dierenarts dat de runderen binnen de in onderdeel b genoemde termijn om gezondheidsredenen zijn geslacht dan wel als gevolg van een ziekte of ongeval zijn gestorven. TRCJZ/2002/12082
een in Nederland erkende stamboekvereniging dat de runderen niet binnen de in onderdeel b bedoelde termijn zijn geslacht en staan ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van deze stamboekvereniging, of
de Voedsel en Waren Autoriteit, dan wel van een dierenarts dat de runderen binnen de in onderdeel b genoemde termijn om gezondheidsredenen zijn geslacht dan wel als gevolg van een ziekte of ongeval zijn gestorven. TRCJZ/2002/12082
2. Voor fokdieren van zuiver ras van oorsprong en herkomstig uit Oostenrijk, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland gelden evenwel niet de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde leeftijdsgrens en de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde aanhoudverplichting van een termijn van 12 maanden alsmede de daaraan verbonden bewijslast. Wel dienen de in de eerste volzin bedoelde ten invoer aangeboden runderen te worden ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van een in het eerste lid, onderdeel c bedoelde stamboekvereniging.
3. In geval van wederinvoer in de Gemeenschap alsmede ingeval dat uit het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde stamboekcertificaat blijkt dat de fokker is gevestigd binnen de Gemeenschap geldt, onverminderd het in het eerste lid, de onderdelen a, b en c bepaalde, de in het eerste lid vermelde vrijstelling slechts indien de importeur bij de aangifte ten invoer aan de hand van een verklaring van het produktschap het bewijs levert dat bij de voorafgaande uitvoer van de runderen uit de Gemeenschap geen restitutie is verleend, dan wel dat de toegekende restitutie is terugbetaald, of dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat de restitutie niet zal worden uitgekeerd.
4. Indien in geval van wederinvoer blijkt dat de fokker binnen de Gemeenschap is gevestigd en de importeur niet het in het derde lid genoemde bewijs levert, dan wel wanneer uit dat bewijs niet blijkt welk bedrag bij de voorafgaande uitvoer uit de Gemeenschap van de runderen aan restitutie is uitbetaald geldt, onverminderd het in het eerste lid, de onderdelen a, b en c bepaalde, de in het eerste lid vermelde vrijstelling slechts indien een verklaring van het produktschap wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het produktschap een bedrag is bepaald gelijk aan de hoogste heffing die op de dag van wederinvoer geldt voor runderen van Gn code 01.02.90 of dat voor de betaling daarvan bij en ten genoegen van het produktschap zekerheid is gesteld; het gestelde in artikel 62, tweede lid, tweede volzin, en vijfde lid, alsmede in artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel bII, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de invoer hier te lande is vooraf gegaan door een uitvoer uit een andere Lid-Staat geeft het produktschap de in het derde lid bedoelde verklaring slechts af nadat aan het produktschap een door de bevoegde autoriteit van die Lid-Staat afgegeven verklaring is overgelegd, waaruit blijkt dat de ingevolge genoemde verordening toegekende restitutie is terugbetaald, dan wel dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat deze niet zal worden uitgekeerd.
a. de ouders en de grootouders zijn ingeschreven of geregistreerd in het stamboek voor hetzelfde ras en de runderen zelf in dat stamboek staan ingeschreven dan wel geregistreerd en geschikt zijn om erin te worden ingeschreven en voor zover het vrouwelijke dieren betreft niet ouder dan 6 jaar zijn;
b. bij de aangifte ten invoer voor ieder rund afzonderlijk een stamboekcertificaat waarin de in onderdeel a vermelde gegevens zijn opgenomen en een voor fokdieren van zuiver ras opgesteld gezondheidscertificaat worden overgelegd alsmede een op afschrift gestelde verklaring van de importeur dat de runderen waarvoor de aangifte ten invoer wordt gedaan, behoudens in geval van overmacht, niet binnen een termijn van 12 maanden nadat de aangifte ten invoer heeft plaatsgevonden zullen worden geslacht;
c. de importeur uiterlijk aan het einde van de 15e maand volgende op die waarin de runderen in het vrije verkeer zijn gebracht bij de douane een verklaring overlegt van: een in Nederland erkende stamboekvereniging dat de runderen niet binnen de in onderdeel b bedoelde termijn zijn geslacht en staan ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van deze stamboekvereniging, of
de Voedsel en Waren Autoriteit, dan wel van een dierenarts dat de runderen binnen de in onderdeel b genoemde termijn om gezondheidsredenen zijn geslacht dan wel als gevolg van een ziekte of ongeval zijn gestorven. TRCJZ/2002/12082
een in Nederland erkende stamboekvereniging dat de runderen niet binnen de in onderdeel b bedoelde termijn zijn geslacht en staan ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van deze stamboekvereniging, of
de Voedsel en Waren Autoriteit, dan wel van een dierenarts dat de runderen binnen de in onderdeel b genoemde termijn om gezondheidsredenen zijn geslacht dan wel als gevolg van een ziekte of ongeval zijn gestorven. TRCJZ/2002/12082
2. Voor fokdieren van zuiver ras van oorsprong en herkomstig uit Oostenrijk, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland gelden evenwel niet de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde leeftijdsgrens en de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde aanhoudverplichting van een termijn van 12 maanden alsmede de daaraan verbonden bewijslast. Wel dienen de in de eerste volzin bedoelde ten invoer aangeboden runderen te worden ingeschreven dan wel geregistreerd in het stamboek van een in het eerste lid, onderdeel c bedoelde stamboekvereniging.
3. In geval van wederinvoer in de Gemeenschap alsmede ingeval dat uit het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde stamboekcertificaat blijkt dat de fokker is gevestigd binnen de Gemeenschap geldt, onverminderd het in het eerste lid, de onderdelen a, b en c bepaalde, de in het eerste lid vermelde vrijstelling slechts indien de importeur bij de aangifte ten invoer aan de hand van een verklaring van het produktschap het bewijs levert dat bij de voorafgaande uitvoer van de runderen uit de Gemeenschap geen restitutie is verleend, dan wel dat de toegekende restitutie is terugbetaald, of dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat de restitutie niet zal worden uitgekeerd.
4. Indien in geval van wederinvoer blijkt dat de fokker binnen de Gemeenschap is gevestigd en de importeur niet het in het derde lid genoemde bewijs levert, dan wel wanneer uit dat bewijs niet blijkt welk bedrag bij de voorafgaande uitvoer uit de Gemeenschap van de runderen aan restitutie is uitbetaald geldt, onverminderd het in het eerste lid, de onderdelen a, b en c bepaalde, de in het eerste lid vermelde vrijstelling slechts indien een verklaring van het produktschap wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het produktschap een bedrag is bepaald gelijk aan de hoogste heffing die op de dag van wederinvoer geldt voor runderen van Gn code 01.02.90 of dat voor de betaling daarvan bij en ten genoegen van het produktschap zekerheid is gesteld; het gestelde in artikel 62, tweede lid, tweede volzin, en vijfde lid, alsmede in artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel bII, is van overeenkomstige toepassing.
5. Indien de invoer hier te lande is vooraf gegaan door een uitvoer uit een andere Lid-Staat geeft het produktschap de in het derde lid bedoelde verklaring slechts af nadat aan het produktschap een door de bevoegde autoriteit van die Lid-Staat afgegeven verklaring is overgelegd, waaruit blijkt dat de ingevolge genoemde verordening toegekende restitutie is terugbetaald, dan wel dat de nodige maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat deze niet zal worden uitgekeerd.