BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 50
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. De in artikel 36, onder c, bedoelde vrijstelling geldt voor wat betreft olijfolie van post 1509 en 1510 van de gecombineerde nomenclatuur die in het vrije verkeer wordt gebracht, slechts
a. indien bij en ten genoege van het produktschap overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2677/85 (PbEG nr. L 254) een waarborg is gesteld als garantie dat het goed niet in aanmerking wordt gebracht voor steun als bedoeld in artikel 11 van Verordening nr. 136/66/EEG (Pb. E.G. nr. 172);
b. indien op de verpakking de ingevolge Verordening (EEG) nr. 2677/85 voorgeschreven aanduiding is aangebracht.
Ter zake van het stellen van de waarborg is artikel 42, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Van het stellen van deze waarborg wordt door het produktschap aantekening gesteld op beide exemplaren van het formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, met overeenkomstige toepassing van het ter zake in artikel 62, vierde lid, bepaalde.
Het produktschap geeft de waarborg overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, vierde lid, van Verordening (EEG) nr. 2677/85vrij indien en voor zover de olijfolie, of een overeenkomstige hoeveelheid olijfolie waarvoor geen steun is toegekend, overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van laatstgenoemde verordening is verpakt, verwerkt, overgenomen of uitgevoerd uit de Gemeenschap.
Het voor de vrijgave vereiste bewijs wordt geleverd voor wat betreft:
de verpakking, de verwerking onderscheidenlijk de overname door de detailhandel: door een desbetreffende verklaring van de Algemene Inspectiedienst dan wel van de bevoegde dienst in een andere Lidstaat op het certificaat, als bedoeld in artikel 18, derde lid, van Verordening (EEG) nr. 2677/85;
de uitvoer: door een formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, dat is afgetekend door een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen, dan wel, indien de uitvoer plaatsvindt via het grondgebied van een andere Lid-Staat, door het terugontvangen van een controle-exemplaar T 5 nadat dit ingevolge de Toepassingsverordening communautair douanewetboek van de nodige aantekeningen is voorzien.
Artikel 43, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Voor de in dit artikel bedoelde goederen worden geen vergunningen afgegeven. Voor de in dit artikel bedoelde goederen kan uitsluitend een formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, worden overgelegd.
2. In afwijking van artikel 35, eerste lid, onder a, gelden de certificaten die in voorkomend geval ingevolge de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in het eerste lid bedoelde olijfolie dienen te worden overgelegd slechts als vergunning indien bij en ten genoege van het produktschap overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde de aldaar bedoelde waarborg is gesteld. Het gestelde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
a. indien bij en ten genoege van het produktschap overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2677/85 (PbEG nr. L 254) een waarborg is gesteld als garantie dat het goed niet in aanmerking wordt gebracht voor steun als bedoeld in artikel 11 van Verordening nr. 136/66/EEG (Pb. E.G. nr. 172);
b. indien op de verpakking de ingevolge Verordening (EEG) nr. 2677/85 voorgeschreven aanduiding is aangebracht.
Ter zake van het stellen van de waarborg is artikel 42, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. Van het stellen van deze waarborg wordt door het produktschap aantekening gesteld op beide exemplaren van het formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, met overeenkomstige toepassing van het ter zake in artikel 62, vierde lid, bepaalde.
Het produktschap geeft de waarborg overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, vierde lid, van Verordening (EEG) nr. 2677/85vrij indien en voor zover de olijfolie, of een overeenkomstige hoeveelheid olijfolie waarvoor geen steun is toegekend, overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van laatstgenoemde verordening is verpakt, verwerkt, overgenomen of uitgevoerd uit de Gemeenschap.
Het voor de vrijgave vereiste bewijs wordt geleverd voor wat betreft:
de verpakking, de verwerking onderscheidenlijk de overname door de detailhandel: door een desbetreffende verklaring van de Algemene Inspectiedienst dan wel van de bevoegde dienst in een andere Lidstaat op het certificaat, als bedoeld in artikel 18, derde lid, van Verordening (EEG) nr. 2677/85;
de uitvoer: door een formulier L, bedoeld in artikel 39 van de Douaneregeling, dat is afgetekend door een ambtenaar der invoerrechten en accijnzen, dan wel, indien de uitvoer plaatsvindt via het grondgebied van een andere Lid-Staat, door het terugontvangen van een controle-exemplaar T 5 nadat dit ingevolge de Toepassingsverordening communautair douanewetboek van de nodige aantekeningen is voorzien.
Artikel 43, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Voor de in dit artikel bedoelde goederen worden geen vergunningen afgegeven. Voor de in dit artikel bedoelde goederen kan uitsluitend een formulier L, bedoeld in artikel 37van de Douaneregeling, worden overgelegd.
2. In afwijking van artikel 35, eerste lid, onder a, gelden de certificaten die in voorkomend geval ingevolge de basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen bij de invoer van de in het eerste lid bedoelde olijfolie dienen te worden overgelegd slechts als vergunning indien bij en ten genoege van het produktschap overeenkomstig het in het eerste lid bepaalde de aldaar bedoelde waarborg is gesteld. Het gestelde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.