BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 84
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. Op de restitutie, die wordt verleend ter zake van
a. de uitvoer van goederen al dan niet via het geografisch grondgebied van een andere Lid-Staat naar een land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Gemeenschap;
b. leveranties aan een in een andere Lid-Staat gevestigde internationale organisatie, of aan strijdkrachten die zijn gestationeerd op het grondgebied van een Lid-Staat, doch niet tot die Lid-Staat behoren, na uitvoer naar de betrokken Lid-Staat, wordt op verzoek van de belanghebbende en met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven door het produktschap een voorschot verleend.
2. Het voorschot wordt slechts verleend aan diegene die zich tegenover het produktschap verbindt tot:
a. levering binnen de gestelde termijn en op de in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven wijze van het bewijs van het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap onderscheidenlijk van het bereiken van het bij aangifte ten uitvoer aangegeven land van bestemming of van een bijzondere bestemming als bedoeld in artikel 36 van verordening 800/1999;
b. indien en voor zover het onder a bedoelde bewijs niet is geleverd, terugbetaling aan het produktschap van het alsdan ten onrechte verkregen voorschot of gedeelte daarvan, alsmede in dat geval betaling als boete aan het produktschap van het bedrag dat overeenkomt met het in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven percentage, waarmee de gestelde zekerheid het verleende voorschot te boven gaat. Door het verlenen van het voorschot wordt het produktschap geacht deze verbintenis te hebben aanvaard. Het bepaalde in artikel 42, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. De verlening van een voorschot vindt plaats na ontvangst bij het produktschap van het formulier L, bedoeld in artikel 39van de Douaneregeling.
4. vervallen
a. de uitvoer van goederen al dan niet via het geografisch grondgebied van een andere Lid-Staat naar een land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Gemeenschap;
b. leveranties aan een in een andere Lid-Staat gevestigde internationale organisatie, of aan strijdkrachten die zijn gestationeerd op het grondgebied van een Lid-Staat, doch niet tot die Lid-Staat behoren, na uitvoer naar de betrokken Lid-Staat, wordt op verzoek van de belanghebbende en met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de uitvoeringsbepalingen is voorgeschreven door het produktschap een voorschot verleend.
2. Het voorschot wordt slechts verleend aan diegene die zich tegenover het produktschap verbindt tot:
a. levering binnen de gestelde termijn en op de in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven wijze van het bewijs van het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap onderscheidenlijk van het bereiken van het bij aangifte ten uitvoer aangegeven land van bestemming of van een bijzondere bestemming als bedoeld in artikel 36 van verordening 800/1999;
b. indien en voor zover het onder a bedoelde bewijs niet is geleverd, terugbetaling aan het produktschap van het alsdan ten onrechte verkregen voorschot of gedeelte daarvan, alsmede in dat geval betaling als boete aan het produktschap van het bedrag dat overeenkomt met het in de uitvoeringsbepalingen voorgeschreven percentage, waarmee de gestelde zekerheid het verleende voorschot te boven gaat. Door het verlenen van het voorschot wordt het produktschap geacht deze verbintenis te hebben aanvaard. Het bepaalde in artikel 42, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. De verlening van een voorschot vindt plaats na ontvangst bij het produktschap van het formulier L, bedoeld in artikel 39van de Douaneregeling.
4. vervallen