BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 109
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. Het bepaalde in artikel 104is niet van toepassing op leveranties van goederen voor de bevoorrading binnen de Gemeenschap van een zeeschip of luchtvaartuig, in gebruik voor het verkeer op een internationale lijn, op situaties vermeld in Verordening (EEG) nr. 120/89(Pb. EG nr. L 16) voor zover daarbij aan de overige vereisten van Verordening (EEG) nr. 120/89is voldaan, alsmede voor de bevoorrading van marine- en hulpschepen onderscheidenlijk boor- of produktieplatforms voor zover de aard en de hoeveelheden van deze leveranties naar het oordeel van de ambtenaar der invoerrechten en accijnzen in overeenstemming zijn met het normaal gebruik en mits daarenboven:
a. is voldaan aan hetgeen ten aanzien van deze leveranties in de artikelen 94 tot en met 98, alsmede artikel 100, eerste lid, is bepaald met het oog op het verkrijgen van restitutie of van afboeking in veredelingsverkeer, en
b. de belanghebbende tegenover de met de inning van de heffing belaste instantie schriftelijk heeft verklaard, dat hij bij niet-naleving van het in dit lid bepaalde, zal zorg dragen voor stipte betaling van de alsdan verschuldigde heffing. Hetgeen in artikel 99 en artikel 100, tweede lid, alsmede in artikel 4 is bepaald met het oog op het verkrijgen van restitutie of van afboeking in veredelingsverkeer is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het niet verschuldigd zijn van de heffing ter zake van de in de aanhef van dit lid bedoelde leveranties. Leveranties via een douane entrepot aan ambassades en consulaten hier te lande en voor de bevoorrading hier te lande van tot de Rijnvaart behorende schepen volgens de regelen bedoeld in artikel 95, worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld met de in de aanhef van dit lid omschreven leveranties.
2. Op aanvrage wordt geheel of gedeeltelijk ontheffing verleend van de heffing in de gevallen of groepen van gevallen waarin en onder de voorwaarden en beperkingen volgens welke overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens Communautair douanewetboek terugbetaling of kwijtschelding kan worden toegestaan.
a. is voldaan aan hetgeen ten aanzien van deze leveranties in de artikelen 94 tot en met 98, alsmede artikel 100, eerste lid, is bepaald met het oog op het verkrijgen van restitutie of van afboeking in veredelingsverkeer, en
b. de belanghebbende tegenover de met de inning van de heffing belaste instantie schriftelijk heeft verklaard, dat hij bij niet-naleving van het in dit lid bepaalde, zal zorg dragen voor stipte betaling van de alsdan verschuldigde heffing. Hetgeen in artikel 99 en artikel 100, tweede lid, alsmede in artikel 4 is bepaald met het oog op het verkrijgen van restitutie of van afboeking in veredelingsverkeer is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het niet verschuldigd zijn van de heffing ter zake van de in de aanhef van dit lid bedoelde leveranties. Leveranties via een douane entrepot aan ambassades en consulaten hier te lande en voor de bevoorrading hier te lande van tot de Rijnvaart behorende schepen volgens de regelen bedoeld in artikel 95, worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld met de in de aanhef van dit lid omschreven leveranties.
2. Op aanvrage wordt geheel of gedeeltelijk ontheffing verleend van de heffing in de gevallen of groepen van gevallen waarin en onder de voorwaarden en beperkingen volgens welke overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens Communautair douanewetboek terugbetaling of kwijtschelding kan worden toegestaan.