BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 101d
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. De Algemene Inspectiedienst is belast met een periodieke nacontrole op de juistheid van de ingevolge artikel 96, vierde lid, en artikel 97, vierde lid, voor de levering voor proviandering, al dan niet bij wijze van voorschot, uitbetaalde restitutiebedragen dan wel afboekingen in het veredelingsverkeer, met de controle op de naleving van verplichtingen welke ingevolge het bepaalde in artikel 40 van verordening 800/1999op de erkende depothouder rusten alsmede met de in artikel 44, vierde lid, van verordening 800/1999bedoelde controle. Deze controles geschieden door onderzoek, al naargelang het geval, bij de exporteurs, erkende depothouders en erkende exploitanten hier te lande, met name aan de hand van de bedrijfsadministratie van deze bedrijven en in voorkomend geval aan de hand van het in artikel 100, vierde lid, bedoelde register.
2. Van de bevindingen ter zake van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken brengt de Algemene Inspectiedienst rapport uit aan de produktschappen.
3. Indien een in het eerste lid bedoeld onderzoek van de Algemene Inspectiedienst danwel enig ander onderzoek van een met het toezicht op de naleving van de in deze beschikking gestelde regelen belaste dienst daartoe aanleiding geeft, herzien de betrokken produktschappen hun beslissing tot uitbetaling van de restitutie, al dan niet bij wijze van voorschot, of afschrijving in het veredelingsverkeer, dan wel gaan de betrokken produktschappen over tot toepassing van het bepaalde in artikel 42 van verordening 800/1999.
4. Indien een herziening of toepassing van artikel 42 van verordening 800/1999, als bedoeld in het vorige lid, bij meer dan één produktschap moet plaats vinden ten aanzien, van eenzelfde exporteur met betrekking tot eenzelfde periode, kunnen de betrokken produktschappen overeenkomen dat één van hen namens hen gezamenlijk tot terugvordering van ten onrechte uitbetaalde restitutiebedragen of tot invordering op voet van het bepaalde in genoemd artikel 42over gaat. Zulks kan ook worden overeengekomen voor de erkenning van gelijkwaardige bewijsstukken, als bedoeld in artikel 49, derde lid, van genoemde verordening en als bedoeld in artikel 101e, zesde lid, alsmede voor de toekenning van aanvullende termijnen, als bedoeld in artikel 49, vierde lidvan genoemde verordening en als bedoeld in artikel 101e, zevende lid.
2. Van de bevindingen ter zake van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken brengt de Algemene Inspectiedienst rapport uit aan de produktschappen.
3. Indien een in het eerste lid bedoeld onderzoek van de Algemene Inspectiedienst danwel enig ander onderzoek van een met het toezicht op de naleving van de in deze beschikking gestelde regelen belaste dienst daartoe aanleiding geeft, herzien de betrokken produktschappen hun beslissing tot uitbetaling van de restitutie, al dan niet bij wijze van voorschot, of afschrijving in het veredelingsverkeer, dan wel gaan de betrokken produktschappen over tot toepassing van het bepaalde in artikel 42 van verordening 800/1999.
4. Indien een herziening of toepassing van artikel 42 van verordening 800/1999, als bedoeld in het vorige lid, bij meer dan één produktschap moet plaats vinden ten aanzien, van eenzelfde exporteur met betrekking tot eenzelfde periode, kunnen de betrokken produktschappen overeenkomen dat één van hen namens hen gezamenlijk tot terugvordering van ten onrechte uitbetaalde restitutiebedragen of tot invordering op voet van het bepaalde in genoemd artikel 42over gaat. Zulks kan ook worden overeengekomen voor de erkenning van gelijkwaardige bewijsstukken, als bedoeld in artikel 49, derde lid, van genoemde verordening en als bedoeld in artikel 101e, zesde lid, alsmede voor de toekenning van aanvullende termijnen, als bedoeld in artikel 49, vierde lidvan genoemde verordening en als bedoeld in artikel 101e, zevende lid.