BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 9
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. In geval voor de toepassing van deze regeling bewezen dient te worden dat goederen, of bestanddelen daarvan herkomstig zijn uit het vrije verkeer van de Gemeenschap dient de herkomst te worden aangetoond met inachtneming van de bij of krachtens het Communautair douanewetboek gestelde regelen.
2. In geval voor de toepassing van deze regeling bewezen dient te worden dat goederen van oorsprong of herkomst zijn uit een bepaald land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Gemeenschap, dient deze oorsprong of herkomst te worden aangetoond met inachtneming van de regelen die daartoe door de Raad of de Commissie of in internationale overeenkomsten met of met betrekking tot die landen of gebieden zijn gesteld.
3. De exporteur geeft op het formulier L de verklaringen, bedoeld in artikel 11, van verordening 800/1999aan.
2. In geval voor de toepassing van deze regeling bewezen dient te worden dat goederen van oorsprong of herkomst zijn uit een bepaald land of gebied dat geen deel uitmaakt van de Gemeenschap, dient deze oorsprong of herkomst te worden aangetoond met inachtneming van de regelen die daartoe door de Raad of de Commissie of in internationale overeenkomsten met of met betrekking tot die landen of gebieden zijn gesteld.
3. De exporteur geeft op het formulier L de verklaringen, bedoeld in artikel 11, van verordening 800/1999aan.