BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 101c
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. a. De minister is belast met: het verlenen en intrekken van de toestemming, als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onder a;
het verlenen en intrekken van erkenningen als depothouder, als bedoeld i artikel
tweede lid, onder c;
het verlenen en intrekken van erkenningen als exploitant, als bedoeld in artikel 100, tweede lid.
het verlenen en intrekken van de toestemming, als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onder a;
het verlenen en intrekken van erkenningen als depothouder, als bedoeld i artikel
tweede lid, onder c;
het verlenen en intrekken van erkenningen als exploitant, als bedoeld in artikel 100, tweede lid.
b. De minister kan, in aanvulling op de voorwaarden genoemd in de leden 4, 5 en 6, nadere voorwaarden te stellen aan de verlening van een toestemming dan wel een erkenning, als bedoeld in onderdeel a.
c. De minister kan voorschriften geven omtrent de inrichting van de in artikel 96, tweede lid, onderdelen c en d, bedoelde staten.
d. De minister kan de bevoegdheden welke hem ingevolge de onderdelen a, b en c toekomen delegeren aan de voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouw.
2. De belastingdienst is belast met het verlenen en intrekken van erkenningen van bevoorradingsdepots, als bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder b. Zij is bevoegd aan de verlening van een erkenning, in aanvulling op de voorwaarden genoemd in het zevende lid, nadere voorwaarden te stellen. Terzake van de verlening of intrekking van erkenningen pleegt zij overleg met de Algemene Inspectiedienst.
3. a. a. De belastingdienst doet aan de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten en aan de Algemene Inspectiedienst mededeling van de voor bevoorradingsdepots verleende erkenningen, als bedoeld in het tweede lid, en de mutaties terzake.
b. De voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten doet aan de produktschappen, de belastingdienst en de Algemene Inspectiedienst mededeling van de verleende toestemmingen, als bedoeld in het eerste lid, onder a, eerste gedachtenstreepje en de mutaties terzake, alsmede voor de verleende erkenningen, als bedoeld in het eerste lid, onder a, tweede en derde gedachtenstreepje en de mutaties terzake.
4. a. a. De toestemming, als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onder a, wordt slechts verleend aan een exporteur die: gespecialiseerd is in proviandering, als bedoeld in artikel 96, eerste lid, en goederen levert vallende onder de bevoegdheid van meer dan een produktschap;
een bedrijfsadministratie voert die voldoet aan de eisen die daaraan met het oog op de controle op het bereiken van de bestemming van de ten uitvoer aangegeven goederen moeten worden gesteld;
als onderdeel van de in het vorige gedachtenstreepje genoemde bedrijfsadministratie een controleregister bijhoudt, als bedoeld in artikel 37 van verordening 800/1999;
voldoet aan de aanvullende voorwaarden welke in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten zijn gesteld.
gespecialiseerd is in proviandering, als bedoeld in artikel 96, eerste lid, en goederen levert vallende onder de bevoegdheid van meer dan een produktschap;
een bedrijfsadministratie voert die voldoet aan de eisen die daaraan met het oog op de controle op het bereiken van de bestemming van de ten uitvoer aangegeven goederen moeten worden gesteld;
als onderdeel van de in het vorige gedachtenstreepje genoemde bedrijfsadministratie een controleregister bijhoudt, als bedoeld in artikel 37 van verordening 800/1999;
voldoet aan de aanvullende voorwaarden welke in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten zijn gesteld.
b. Voorafgaande aan de verlening van de toestemming wordt door de Algemene Inspectiedienst een controle bij de exporteur uitgevoerd die er met name op is gericht om vast te stellen of de bedrijfsadministratie aan de onder a, tweede gedachtenstreepje, bedoelde eisen voldoet. Op basis van de terzake gedane constateringen adviseert de Algemene Inspectiedienst de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten over de verlening van de toestemming.
c. De toestemming wordt ingetrokken indien de exporteur daarom verzoekt, dan wel indien de exporteur niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden voldoet.
5. a. De erkenning als depothouder, als bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder c, is met name afhankelijk van de erkenning van het bevoorradingsdepot, als bedoeld in het tweede lid, en de bevindingen van de Algemene Inspectiedienst naar aanleiding van het onderzoek naar de inrichting van de bedrijfsadministratie van de depothouder. Deze bedrijfsadministratie dient met name te voldoen aan de eisen welke daaraan dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de voorgeschreven bestemming van de in opslag genomen goederen. Ook overigens moet voldoende zijn gewaarborgd dat de depothouder de op hem rustende verplichtingen nakomt.
b. De erkenning wordt ingetrokken indien de depothouder daarom verzoekt, dan wel indien de depothouder niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden of aan de in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende voorwaarden voldoet. De voorzitter doet van de intrekking mededeling aan de belastingdienst.
6. a. De erkenning als exploitant, als bedoeld in artikel 100, tweede lid, is met name afhankelijk van de bevindingen van de Algemene Inspectiedienst naar aanleiding van het onderzoek naar de inrichting van de bedrijfsadministratie van de exploitant. Deze bedrijfsadministratie dient met name te voldoen aan de eisen welke dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de bestemming van levering voor proviandering van boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen geleverde goederen.
b. De erkenning wordt ingetrokken indien de exploitant daarom verzoekt, dan wel indien de exploitant niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden of aan de in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende voorwaarden voldoet.
7. a. a. De erkenning van een bevoorradingsdepot, als bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder b, is met name afhankelijk van het voldoen aan de eisen welke aan het depot dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de voorgeschreven bestemming van de in opslag genomen goederen. Deze eisen betreffen de ligging, de afscheiding van andere percelen of perceelgedeelten, de bouw en de inrichting van als depot te erkennen gebouw, of gedeelte van een gebouw, en overigens hetgeen terzake voorts in verordening 800/1999 als voorwaarde wordt gesteld.
b. De erkenning wordt ingetrokken indien de depothouder daarom verzoekt, dan wel indien het bevoorradingsdepot niet langer aan de in onderdeel a genoemde voorwaarden of aan de door de belastingdienst gestelde aanvullende voorwaarden voldoet.
het verlenen en intrekken van erkenningen als depothouder, als bedoeld i artikel
tweede lid, onder c;
het verlenen en intrekken van erkenningen als exploitant, als bedoeld in artikel 100, tweede lid.
het verlenen en intrekken van de toestemming, als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onder a;
het verlenen en intrekken van erkenningen als depothouder, als bedoeld i artikel
tweede lid, onder c;
het verlenen en intrekken van erkenningen als exploitant, als bedoeld in artikel 100, tweede lid.
b. De minister kan, in aanvulling op de voorwaarden genoemd in de leden 4, 5 en 6, nadere voorwaarden te stellen aan de verlening van een toestemming dan wel een erkenning, als bedoeld in onderdeel a.
c. De minister kan voorschriften geven omtrent de inrichting van de in artikel 96, tweede lid, onderdelen c en d, bedoelde staten.
d. De minister kan de bevoegdheden welke hem ingevolge de onderdelen a, b en c toekomen delegeren aan de voorzitter van het Hoofdproductschap Akkerbouw.
2. De belastingdienst is belast met het verlenen en intrekken van erkenningen van bevoorradingsdepots, als bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder b. Zij is bevoegd aan de verlening van een erkenning, in aanvulling op de voorwaarden genoemd in het zevende lid, nadere voorwaarden te stellen. Terzake van de verlening of intrekking van erkenningen pleegt zij overleg met de Algemene Inspectiedienst.
3. a. a. De belastingdienst doet aan de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten en aan de Algemene Inspectiedienst mededeling van de voor bevoorradingsdepots verleende erkenningen, als bedoeld in het tweede lid, en de mutaties terzake.
b. De voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten doet aan de produktschappen, de belastingdienst en de Algemene Inspectiedienst mededeling van de verleende toestemmingen, als bedoeld in het eerste lid, onder a, eerste gedachtenstreepje en de mutaties terzake, alsmede voor de verleende erkenningen, als bedoeld in het eerste lid, onder a, tweede en derde gedachtenstreepje en de mutaties terzake.
4. a. a. De toestemming, als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onder a, wordt slechts verleend aan een exporteur die: gespecialiseerd is in proviandering, als bedoeld in artikel 96, eerste lid, en goederen levert vallende onder de bevoegdheid van meer dan een produktschap;
een bedrijfsadministratie voert die voldoet aan de eisen die daaraan met het oog op de controle op het bereiken van de bestemming van de ten uitvoer aangegeven goederen moeten worden gesteld;
als onderdeel van de in het vorige gedachtenstreepje genoemde bedrijfsadministratie een controleregister bijhoudt, als bedoeld in artikel 37 van verordening 800/1999;
voldoet aan de aanvullende voorwaarden welke in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten zijn gesteld.
gespecialiseerd is in proviandering, als bedoeld in artikel 96, eerste lid, en goederen levert vallende onder de bevoegdheid van meer dan een produktschap;
een bedrijfsadministratie voert die voldoet aan de eisen die daaraan met het oog op de controle op het bereiken van de bestemming van de ten uitvoer aangegeven goederen moeten worden gesteld;
als onderdeel van de in het vorige gedachtenstreepje genoemde bedrijfsadministratie een controleregister bijhoudt, als bedoeld in artikel 37 van verordening 800/1999;
voldoet aan de aanvullende voorwaarden welke in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten zijn gesteld.
b. Voorafgaande aan de verlening van de toestemming wordt door de Algemene Inspectiedienst een controle bij de exporteur uitgevoerd die er met name op is gericht om vast te stellen of de bedrijfsadministratie aan de onder a, tweede gedachtenstreepje, bedoelde eisen voldoet. Op basis van de terzake gedane constateringen adviseert de Algemene Inspectiedienst de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten over de verlening van de toestemming.
c. De toestemming wordt ingetrokken indien de exporteur daarom verzoekt, dan wel indien de exporteur niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden voldoet.
5. a. De erkenning als depothouder, als bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder c, is met name afhankelijk van de erkenning van het bevoorradingsdepot, als bedoeld in het tweede lid, en de bevindingen van de Algemene Inspectiedienst naar aanleiding van het onderzoek naar de inrichting van de bedrijfsadministratie van de depothouder. Deze bedrijfsadministratie dient met name te voldoen aan de eisen welke daaraan dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de voorgeschreven bestemming van de in opslag genomen goederen. Ook overigens moet voldoende zijn gewaarborgd dat de depothouder de op hem rustende verplichtingen nakomt.
b. De erkenning wordt ingetrokken indien de depothouder daarom verzoekt, dan wel indien de depothouder niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden of aan de in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende voorwaarden voldoet. De voorzitter doet van de intrekking mededeling aan de belastingdienst.
6. a. De erkenning als exploitant, als bedoeld in artikel 100, tweede lid, is met name afhankelijk van de bevindingen van de Algemene Inspectiedienst naar aanleiding van het onderzoek naar de inrichting van de bedrijfsadministratie van de exploitant. Deze bedrijfsadministratie dient met name te voldoen aan de eisen welke dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de bestemming van levering voor proviandering van boor- en produktieplatforms en marine- en hulpschepen geleverde goederen.
b. De erkenning wordt ingetrokken indien de exploitant daarom verzoekt, dan wel indien de exploitant niet langer aan de onder a genoemde voorwaarden of aan de in voorkomend geval door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten gestelde aanvullende voorwaarden voldoet.
7. a. a. De erkenning van een bevoorradingsdepot, als bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder b, is met name afhankelijk van het voldoen aan de eisen welke aan het depot dienen te worden gesteld in verband met de controle op het bereiken van de voorgeschreven bestemming van de in opslag genomen goederen. Deze eisen betreffen de ligging, de afscheiding van andere percelen of perceelgedeelten, de bouw en de inrichting van als depot te erkennen gebouw, of gedeelte van een gebouw, en overigens hetgeen terzake voorts in verordening 800/1999 als voorwaarde wordt gesteld.
b. De erkenning wordt ingetrokken indien de depothouder daarom verzoekt, dan wel indien het bevoorradingsdepot niet langer aan de in onderdeel a genoemde voorwaarden of aan de door de belastingdienst gestelde aanvullende voorwaarden voldoet.