BWBR0003381
Geldig vanaf 1981-03-17
Artikel 80
Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen
1. Behoudens het bepaalde in paragraaf 2 van dit hoofdstuk heeft aanspraak op restitutie degene die op het formulier L, bedoeld in artikel 19, als exporteur is aangeduid.
2. De restitutie kan eerst worden toegekend nadat aan alle in de basisverordening of uitvoeringsbepalingen voor de toekenning gestelde voorwaarden is voldaan en de daarin voorgeschreven bescheiden zijn overgelegd.
Indien die basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen daartoe de mogelijkheid openstellen kan, op verzoek en met inachtneming van hetgeen dienaangaande is voorgeschreven, de aanspraak op restitutie geheel of gedeeltelijk worden omgezet in een aanspraak op een invoercertificaat voor met de uitgevoerde goederen overeenkomende hoeveelheden goederen, volgens een bij vorenbedoelde basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen ingestelde regeling inzake de invoer tegen een bijzonder tarief.
3. Als bewijs dat het goed in ongewijzigde staat, als bedoeld in de uitvoeringsbepalingen, via het grondgebied van een andere Lid-Staat het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten dan wel in een andere Lid-Staat een bijzondere bestemming als aangegeven in paragraaf 3a van de Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980(Stcrt. 1979, 247), heeft bereikt, dient krachtens de uitvoeringsbepalingen het terugontvangen controle-exemplaar T 5.
4. Bij de beoordeling welke bescheiden in de zin van het tweede lid dienen te worden overgelegd past het produktschap het bepaalde in artikel 20, eerste tot en met derde lid, van verordening 800/1999toe. Met inachtneming van hetgeen dienaangaande in artikel 49, eerste tot en met zevende lid, van verordening 800/1999is voorgeschreven erkent het produktschap als gelijkwaardig aan het controle-exemplaar T 5 te beschouwen documenten, onder periodieke opgave aan de Minister van de gevallen, waarin de restitutie op grond van deze documenten is uitbetaald.
2. De restitutie kan eerst worden toegekend nadat aan alle in de basisverordening of uitvoeringsbepalingen voor de toekenning gestelde voorwaarden is voldaan en de daarin voorgeschreven bescheiden zijn overgelegd.
Indien die basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen daartoe de mogelijkheid openstellen kan, op verzoek en met inachtneming van hetgeen dienaangaande is voorgeschreven, de aanspraak op restitutie geheel of gedeeltelijk worden omgezet in een aanspraak op een invoercertificaat voor met de uitgevoerde goederen overeenkomende hoeveelheden goederen, volgens een bij vorenbedoelde basisverordeningen of uitvoeringsbepalingen ingestelde regeling inzake de invoer tegen een bijzonder tarief.
3. Als bewijs dat het goed in ongewijzigde staat, als bedoeld in de uitvoeringsbepalingen, via het grondgebied van een andere Lid-Staat het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten dan wel in een andere Lid-Staat een bijzondere bestemming als aangegeven in paragraaf 3a van de Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980(Stcrt. 1979, 247), heeft bereikt, dient krachtens de uitvoeringsbepalingen het terugontvangen controle-exemplaar T 5.
4. Bij de beoordeling welke bescheiden in de zin van het tweede lid dienen te worden overgelegd past het produktschap het bepaalde in artikel 20, eerste tot en met derde lid, van verordening 800/1999toe. Met inachtneming van hetgeen dienaangaande in artikel 49, eerste tot en met zevende lid, van verordening 800/1999is voorgeschreven erkent het produktschap als gelijkwaardig aan het controle-exemplaar T 5 te beschouwen documenten, onder periodieke opgave aan de Minister van de gevallen, waarin de restitutie op grond van deze documenten is uitbetaald.